Online haat vergiftigt ons maatschappelijk debat. Tijd voor actie.

Haatzaaien, discriminatie, bedreiging en intimidatie. Allemaal voorbeelden van online haat. Wanneer u als wetenschapper, politicus, journalist, of maatschappelijke veranderaar uw mening uit, krijgt u er vroeg of laat geheid mee te maken.  

In Nederland bevat ongeveer een tiende van alle tweets gericht aan vrouwelijke politici haat of agressie. Ook vrouwelijke journalisten en wetenschappers zijn vaker doelwit. De (gevoelsmatige) anonimiteit op internet en het grote bereik van online berichten zorgen ervoor dat online gedrag makkelijk kan ontsporen. Het Rathenau Instituut publiceerde hierover het rapport ‘Online ontspoord’. Bovendien blijkt uit onderzoek van DeGoedeZaak dat online haataanvallen vaak georganiseerd zijn. 

Online haat heeft niet alleen effect op het betrokken individu en zijn of haar omgeving, maar ook op de samenleving als geheel. Het werkt als vergif in het maatschappelijk debat. De gevolgen daarvan zien we niet alleen in de online omgeving. Ook offline leidt online haat tot bedreigingen, zoals dreigbrieven, intimidatie op straat of stalking. Mensen durven zich niet meer uit te spreken of zien af van een loopbaan in de politiek. Dit kan zo niet langer. Wat kunnen we doen om ons hiertegen te weren en dit tij te keren? 

In deze sessie praten Valerie Frissen (hoogleraar Digital technologies en social change en directeur SIDN fonds), Mariëtte van Huijstee (onderzoek coördinator Rathenau Instituut) en Jurjen van den Bergh (DeGoedeZaak) u bij over de impact van online haat op onze maatschappij. Over de ontwikkelingen en mechanismes achter online haat, wat overheden en andere partijen kunnen doen om pro-actiever op te treden en welke tools en handvatten er zijn om u tegen online haat te weren.  

Drie redenen om naar deze sessie te gaan op het ECP Jaarfestival