22-06-2011

Boekpresentatie Jaarboek ICT & Samenleving gaat gepaard met debat over privacy

Maandag 21 juni werd in Nieuwspoort in Den Haag het boek ‘De transparante samenleving’ gepresenteerd. Onderwerp: Burgers en privacy. Het boek is een uitgave van Media Update Vakpublicaties, TNO, ECP-EPN en Digivaardig & Digibewust. Omwille van de vele vragen die de laatste maanden in de media zijn gesteld over privacy, werd rond de presentatie een debat georganiseerd waaraan de auteurs van ‘De transparante samenleving’ en een zaal vol andere deskundigen en belangstellenden deelnamen. De bijeenkomst vond plaats in het kader van iPoort, een initiatief dat maatschappelijke vraagstukken dichter bij politiek en journalistiek wil brengen. 

 

 

Moderatoren Arie van Bellen (ECP-EPN) en Valerie Frissen (TNO) bereidden het debat voor.

 

Het debat
Bij de herziening van de Europese richtlijn over de bescherming van persoonsgegevens wordt zelden of nooit gesproken over de verzamelwoede van overheden, stelt Sophie in ‘t Veld, voor D66 lid van het Europees Parlement. Immers, ook de overheid maakt gebruik van gegevens, beschikbaar gesteld door commerciële partijen. "Het is nuttig om bij iedere Tweet een jurisdictie pop-up te krijgen: Uw bericht verlaat het Europees grondgebied."
In ‘t Veld pleitte voor internationale afspraken om burgers te beschermen tegen de nadelige gevolgen van het verzamelen van digitale gegevens. "Mondiale standaarden hebben meer zin dan nationale wetten." Ze wil dat gebruikers zelf kunnen kiezen welke details ze openbaren en welke niet: "Liever opt-in, dan opt-out. Gebruikers hebben het recht om te weten wat er gebeurt met hun gegevens."
 

Europarlementariër Sophie in ’t Veld (links) neemt het eerste exemplaar in ontvangst uit handen van Tini Hooymans, lid Raad van Bestuur TNO

 

De Europarlementariër nam maandag in Nieuwspoort het eerste exemplaar in ontvangst van ‘De transparante samenleving’, de achtste editie van het Jaarboek ICT en samenleving. Het boek bevat bijdragen van 22 Belgische en Nederlandse deskundigen op het gebied van ICT en privacy. De bij de boekpresentatie aanwezige deskundigen leken het eens met de stelling van In ‘t Veld dat vooral een internationale aanpak gaat helpen in de strijd tegen misbruik van verzamelde computergegevens. De discussie ging vooral over vraag hoe tot zo’n aanpak te komen.

 

Afvalberg
Jeroen Terstegge, voorzitter van de adviescommissie privacy van werkgeversorganisatie VNO-NCW, wees naar het Kyoto-protocol, een poging van de Verenigde Naties om landen te verenigen voor het aanpakken van klimaatverandering. Dat idee riep bij andere aanwezigen vooral negatieve associaties op. Een van de TNO-medewerkers maakte zich direct bezorgd over de handhaving: "Het leidt wellicht tot dezelfde fout: de grootste vervuilers houden zich niet aan dat protocol." Anderen wierpen tegen dat een VN-verdrag grote moeite zal krijgen met het verenigen van de wereldwijd nogal verschillende opvattingen over privacy.
De overeenkomst tussen klimaatvervuiling en een groeiende afvalberg van digitale gegevens was snel gelegd. "Het echte probleem bij het Elektronisch Patiëntendossier is niet het verzamelen van al die medische gegevens, maar of de data correct begrepen worden."
Het deed een van de aanwezigen denken aan een vergelijkbare bijeenkomst georganiseerd door de OESO: "Hoe meer gegevens, hoe groter de chaos en hoe groter de privacy." Dat suggereerde eerder in de discussie eveneens Bas van Tol, Programmamanager Dienstbaar bij de Politie Rotterdam-Rijnmond: "De politie heeft zoveel gegevens, de vraag is hoeveel je ermee kan doen."
 

 

Pannelleden Rogier Klimbie (links, Google), Jeroen Terstegge (PrivaSense) en Bas van Tol (Politie Rotterdam-Rijnmond) beantwoorden vragen uit de zaal.

 

Verschillende aanwezigen sloten zich aan bij Europarlementariër In ‘t Veld, die riep om meer inzicht in het gebruik van gegevens door overheden. Dat bleek uit vragen als: "Slaat de overheid al onze gegevens wel op een veilige manier op?" en opmerkingen waaronder: "Overheden hebben alleen technische belemmering om onderling data uit te wisselen". Terstegge: "Bedrijven leren sneller dan overheden van fouten die ze maken met privacy-gevoeligheden."

 

Er was veel deelname uit de zaal met kritische vragen. Het debat had zo maar een uur  langer kunnen duren.

 

Wat dit laatste betreft, is een goede communicatie-aanpak onontbeerlijk. Dat bleek eerder die middag, tijdens de korte presentaties door diverse auteurs van het jaarboek. Christian van ’t Hof, senior onderzoeker bij de afdeling Technology Assessment van het Rathenau Instituut, gaf als voorbeeld de rappe reactie van fabrikant van routeplanners TomTom, die na enige ophef meteen een einde maakte aan het gebruik door de politie van de anonieme verkeersgegevens van het bedrijf.
Ook Google eindigde haastig met het verzamelen van verkeersgegevens van basisstations van draadloze computernetwerken die het tegenkomt bij het completeren van haar Streetview dienst. Daarmee vergeleken reageerde Trans Link Systems, het bedrijf achter de OV-chipkaart tergend traag. "Dat bleef lang een gesloten bolwerk. Maar recent haalde het netjes de Big Brother Award op."
Volgens onderzoeker Van ’t Hof moeten alle verzamelaars van digitale data kort maar helder uitleggen wat ze met die gegevens doen. "Zie het als wederkerigheid, maak gebruikers duidelijk wat er gebeurt met die gegevens."

 

Digitale vaardigheden
Professor Communicatiewetenschappen Jo Pierson van de Vrije Universiteit Brussel benadrukte dat computergebruikers nog flink moeten schaven aan hun digitale vaardigheden. Pierson onderzoekt onder meer cookies, kleine pakketjes met gebruikersinformatie, door webdiensten aangemaakt en op computers achtergelaten.
 

De auteurs Jaap Henk Hoepman en Bart Schermer beantwoorden vragen van de moderatoren Valerie Frissen en Arie van Bellen.

 

Volgens hem is het vrij eenvoudig om via het afluisteren van cookies gegevens van andere gebruikers of over het gebruik van andere webdiensten te achterhalen. Hij waarschuwde daarnaast voor een nieuwe generatie cookies, die alleen met grote moeite zijn te verwijderen en waartoe de gebruikers zelf geen toegang meer hebben. Hij twijfelt of wetgeving tegen cookies het gewenste effect sorteert. "Maak het gebruik van cookies niet belachelijk moeilijk. Gebruikers klikken dan al die waarschuwingen weg."
 

Internationale afspraken
Om de privacy van internetgebruikers te beschermen zijn vooral internationale afspraken nodig. Daarover zijn ’s lands experts op het gebied van ICT en privacy het eens, zo bleek in het debat. Landelijke regels en gecentraliseerd toezicht zijn onvoldoende effectief. Onderbelicht blijkt het verzamelen en hergebruik van computergegevens door overheden.
 

Tekst: Gijs Hillenius
Foto’s: Koos Boertjens

 

Over De transparante samenleving
Centraal in deze editie van het Jaarboek ICT en samenleving staat de positie van de burger. Wanneer burgers zich bewegen in de openbare ruimte, worden hun bewegingen en gedragingen veelal ongemerkt geregistreerd, gesurveilleerd en geïnterpreteerd, door intelligente camerasystemen, sensoren, rfid-chips in toegangspassen of door gps in mobiele telefoons. Gedrag van mensen stolt steeds vaker in databases die voor allerlei doeleinden worden ingezet. En de manier waarop privacygegevens worden bewaard, gekoppeld, bewerkt en geïnterpreteerd, wordt ook steeds geavanceerder dankzij ‘het internet der dingen’.
 

Als gewone gebruikers in de informatiesamenleving dragen we ook tamelijk onbekommerd bij aan die toenemende transparantie, door ons intensieve gebruik van met name sociale media. Wij delen alles wat we doen, denken en voelen met anderen in de semi-intieme publieke ruimte van het internet. Mensen hebben in principe ook weinig bezwaren tegen het delen van informatie, omdat dat cruciaal is voor de sociale verbanden waarin zij leven: vitale sociale verbanden drijven op vertrouwen en openheid en niet op afscherming en begrenzing. Waar mensen wel bezwaren tegen hebben is het verlies van autonomie en regie over hun privacy-informatie. Daar ontstaat frictie. Want de regie over al die gegevens in de digitale ruimte komt steeds meer buiten henzelf te liggen, hetgeen zich vertaalt in een groeiend maatschappelijk onbehagen en soms verzet tegen deze ontwikkelingen.

 

In het jaarboek wordt het begrip privacy, de relevante praktijken en toepassingsgebieden aan een nader onderzoek onderworpen door een reeks deskundigen uit Nederland en België. De beschouwingen vangen aan met een verkenning en herijking van het begrip privacy. Vervolgens worden de maatschappelijke praktijken rond privacy in een aantal hoofdstukken in beeld gebracht. Het slotdeel bevat vernieuwende en toekomstbestendige benaderingen van de plaats van privacy in de samenleving en in het leven van de burgers.

 

Het Jaarboek ICT en samenleving wordt uitgegeven door Media Update Vakpublicaties, in samenwerking met kennisorganisatie TNO, met ECP-EPN, het platform voor de Informatiesamenleving, Digivaardig & Digibewust, een computervaardigheidsinitiatief van het Ministerie van Economische Zaken en verschillende ICT-bedrijven waaronder Microsoft, IBM, UPC en KPN.