ECP Deelnemersspecial - De toekomst van nieuwsmedia: verdienvermogen in een veranderende digitaliserende wereld

31-03-2026

ECP | Platform voor de InformatieSamenleving organiseerde in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) deze ECP Deelnemersspecial bij Beeld & Geluid in Hilversum. 

Inleiding en welkom

Arie van Bellen, algemeen directeur van ECP | Platform voor de InformatieSamenleving verwelkomt de aanwezigen: media vormen het hart van een kansrijke digitale samenleving, waar ECP samen met haar deelnemers al meer dan 25 jaar aan werkt. We stimuleren gedachtenvorming, organiseren ontmoeting en pakken door.

Dat is meer dan ooit nodig, nu tal van zaken die we tot voor kort als vanzelfsprekend zagen op de helling blijken. Een kleine greep uit de gesprekken die ECP de volgende weken organiseert: de betrouwbaarheid en veiligheid van onze informatie, de soevereine cloud en digitale infrastructuur, onze digitale identiteit, het verdienvermogen en concurrentiekracht van onze digitale economie. 

Dagvoorzitter Jesper Rijpma schetst het thema van de dag. Het verdienmodel achter het nieuws en daarmee de nieuwmedia zelf staat onder druk. De dominante rol van platforms en de opkomst van AI zorgen ervoor dat het speelveld opnieuw wordt ingetekend. Hoe zorgen we, in deze veranderingen, voor een sterke en onafhankelijk nieuwsvoorziening? 

Blok 1 – Sectorperspectief

Setting the scene – langjarige trends in mediagebruik door Jorien Scholtens (Onderzoeker – Commissariaat voor de Media)

Jorien schetst hoe een sterke daling in het gebruik van traditionele media zichtbaar is: televisie, radio en kranten. Slechts een klein deel van de bevolking leest nog dagelijks een krant. Het gebruik van online media neemt toe, maar ook dat stabiliseert.

Het onderzoek naar trends in nieuwsgebruik, waar ze de presentatie op baseert, vindt om de paar jaar plaats: op 16 juni verschijnt het nieuwe rapport

Het gebruik van social media platforms neemt daarentegen sterk toe: maar er zijn grote verschillen tussen generaties. Voor de 18-35 jarigen zijn social media de primaire bron van nieuws. En dat gaat niet veranderen: er zijn sterke aanwijzingen dat deze jongeren hun mediagebruik zullen voortzetten. 

Het aantal mensen dat nieuws belangrijk vindt neemt af. Maar onder jongeren is die daling veel sterker. Dat wil niet zeggen dat ze geen nieuws lezen: ze consumeren het heel anders. Op social media vindt het nieuws de lezer: jongeren openen niet de krant, of stemmen niet af op het journaal of een nieuwszender. Het nieuws vindt hen: de social media algoritmes spelen daarin een centrale rol. 

In het meest recente onderzoek, wordt ook al de rol van chatbots zichtbaar: een kleine, wellicht groeiende groep jongeren gaat voor nieuws naar ChatGPT en andere chatbots. 

In Nederland en de Scandinavische landen is het vertrouwen in nieuws nog relatief hoog. In landen waar online platforms de primaire nieuwsbron vormen, is het vertrouwen in nieuws vaak erg laag. Op de platforms worden bezoekers immers overstelpt met informatie, zonder duidelijke herkomst. 

De grote verandering is dus dat de social media platforms en daarmee hun algoritmes, de poortwachter zijn geworden tot het nieuws: wie welk nieuws wanneer te zien krijgt bepalen zij. De nieuwsmedia hebben daar weinig controle op en hun verdienmodel komt onder druk.

Het Commissariaat werkt nauw samen – nationaal, Europees en internationaal- zodat het nieuws op de platforms weer een prominentere plek krijgt en opdat er nieuwe verdienmodellen ontstaan voor de professionele journalistiek. 

Presentatie Jorien Scholtens

De toekomst van nieuwsvoorziening: verdienvermogen en AI door Herman Wolswinkel (Directeur – NDP Nieuwsmedia)

Journalisten werden in het verleden voor 60% betaald uit advertentie-inkomsten. Deze zijn vanaf 2006 meer dan gehalveerd voor de dagbladtitels. Ondanks dit significante verlies aan inkomsten is er een stijging te zien van investeringen in en uitgaven aan redacties.

Vanaf 2022 zien we door de opkomst van generatieve AI nog een sterker neerwaarts effect van advertentie-inkomsten. 

De traffic van platforms naar media neemt af en dat wordt versterkt door de opkomst van gebruiksvriendelijke taalmodellen. Steeds meer burgers gaan met AI-chatbots hun nieuwsbehoefte invullen en bijna niemand klikt door naar de nieuwsbron vanuit een AI-omgeving. 

Maar generatieve AI werkt niet zonder kwaliteitsdata die geproduceerd worden door professionele journalisten. Zonder journalisten geen aantrekkelijke AI. “We willen daarom ja kunnen zeggen tegen AI én ons werk kunnen blijven doen”.

Illegale scraping is vaak de manier van de AI-modellen om aan die content te komen. We bouwen daarom aan een licentiemarkt voor AI-training: collectief. Zodat AI-bouwers toegang krijgen tot goede nieuwsbronnen en goede content kunnen genereren. 

GPT-NL is een goed voorbeeld: journalistiek wordt dan onderdeel van een data-infrastructuur. We zijn nog een unicum in Nederland, maar dat kunnen we opschalen. We werken aan een grote coalitie om data in AI- ecosysteem in te brengen, een structurele positie te verwerven en verdienvermogen te herstellen. 

Zorgvuldige implementatie is nodig vanuit de AI Act: transparantieverplichting over gebruik van licenties en  IP van data zjjn heel hard nodig. Hou je aan de Europese wetgeving en sta geen versoepeling toe: dat is nodig voor het behoud van een pluriforme en moderne nieuwsvoorziening. 

De belangrijkste conclusies van het rapport ‘De prijs van gratis internet’ door Linda Kool (Coördinator Digitale Samenleving – Rathenau Instituut)

De Tweede Kamer heeft het Rathenau Instituut gevraagd nieuwe verdienmodellen rond online tracking op het internet te verkennen. Daaruit kwam het rapport ‘de prijs van gratis internet’ voort.

Online tracking is het verzamelen van data over de internetgebruiker. Van cookie tot allerlei andere kenmerken aan fingerprinting – gecombineerd met ander bronnen. Het is uitgegroeid tot het centrale verdienmodel van het huidige internet en het groeit nog steeds. 

Rond online tracking is een complex en ondoorzichtig ecosysteem ontstaan waarin risico’s op identiteitsfraude en phishing steeds groter worden. Gevoelige data staan te koop, veiligheid van mensen komt onder druk. Het is vaak niet duidelijk welke data worden verzameld, wat er mee wordt gedaan. Worden bij sommige consumenten de prijzen van producten en diensten online alvast verhoogd omdat ze toch wel kopen? Of gaan digitale advertenties kwetsbaarheid uitbuiten zoals verleiden tot impulsinkopen?

De groei van de digitale advertentiemarken leidt tot vragen over marktordening en mogelijk marktfalen: advertenties, op basis van tracking, zijn vaak duur. De totale markt groeit nog steeds: consumenten betalen die prijs uiteindelijk. En: krijgt de consument bij gericht adverteren wel de informatie om tot een rationele keuze te komen: welk product de beste kwaliteit heeft tegen de laagste prijs. Of wordt de consument verleid om te kopen wat er in de advertentie verschijnt.

Er zijn inmiddels machtsconcentraties ontstaan op digitale advertentiemarkten. Dat kan leiden tot hogere prijzen van advertenties en hoge toetredingsdrempels van nieuw partijen. Deze partijen integreren verschillende functies: ze verzamelen de data, maar organiseren ook digitale advertentiemarkten: vraag naar en aanbod aan advertenties hebben ze beide in de hand.

Een belangrijk bezwaar tegen online tracking is dat digitaal adverteren zo groot en aanbieders zo machtig is geworden, dat een aanzienlijk deel van het geld dat consumenten besteden niet meer ten goede komt aan dienstverleners en contentproviders. De inkomsten gaan naar de machtige partijen achter het advertentie-ecosysteem.

Tenslotte raakt de consument gewend, dat goede informatie en goede diensten gratis zijn. Maar die inkomsten komen maar zeer ten dele terecht bij de dienstverleners en contentproviders.

Het Rathenau Instituut onderzocht daarom een aantal scenario’s rond online tracking waaronder alternatieven zoals contextueel adverteren. Waarbij de consument advertenties krijgt, gerelateerd aan de inhoud van de pagina.

Presentatie Linda Kool

Markt, publieke belangen en mediapluriformiteitdoor Paul de Bijl (Chief Economist – Autoriteit Consument & Markt)

De ACM besloot bij de melding van de voorgenomen overname van RTL Nederland door DPG Media in 2024, dat een vergunning nodig was. Het vergunningsonderzoek heeft een jaar geduurd. En de conclusie was dat de vergunning kon worden verleend onder voorwaarden. 

Immers: er zou met deze concentratie  mogelijk een mediabedrijf gaan bestaan dat het hele medialandschap bestrijkt van video streaming tot tijdschriften en dagbladen. Een overweging voor de vergunning onder voorwaarden was, dat als RTL niet verkocht zou worden, het in de etalage te koop zou blijven staan en wellicht andere partijen een bod zouden uitbrengen, die misschien alleen geïnteresseerd zouden zijn in de streamingdiensten en niet in de andere media.

Het bericht van deze overname kwam in 2024, toen de EMFA (European Media Freedom Act), nog in ontwikkeling was. De EMFA versterkt de vrijheid, onafhankelijkheid en pluriformiteit van de media in de EU en is augustus 2025 ingegaan. De ACM was toen nog de enige toezichthouder en traditioneel beperkt het mandaat van de ACM zich tot de concurrentie in een sector. In deze overname kwamen ook de EMFA-thema’s aan de orde: media-pluriformiteit en het publiek belang. 

Media-pluriformiteit gaat over de beschikbaarheid van media die uiteenlopende meningen en visies weerspiegelen. Nieuwsmerken concurreren op kwaliteit (accuraatheid, snelheid, spectrum van onderwerpen). De ACM moet daarom beoordelen of door significante wijzigingen in de markt concurrentie op deze kwaliteitsaspecten afzwakt. Maar in deze beoordeling speelde ook de vraag of de overname pluriformiteit vermindert.

De mogelijkheden tot synergie, die een concentratie creëert, kunnen in het medialandschap immers tot ongewenste verschraling leiden. Bijvoorbeeld als redacties nieuws gaan delen. Waardoor de diversiteit aan Invalshoeken en duidingen wellicht vermindert. Ook redactionele onafhankelijkheid en journalistieke kwaliteit zou door de concentratie kunnen verminderen. Zo zou zo’n conglomeraat media nieuwsvoorziening kunnen blokkeren. 

Bij de overname zijn, in gesprek met de partijen, de redactiestatuten van de verschillende media versterkt. Er zijn zware eisen gesteld aan de kwaliteitsborging en mogelijk is onafhankelijkheid daardoor zelfs versterkt.

Digitalisering zet pluriformiteit en kwaliteit van media gemakkelijk onder druk. Met de opkomst van social media komen nieuwe digitale spelers in het veld, met andere businessmodellen dan nieuwsmedia. De nieuwe partijen kunnen elkaars macht wellicht versterken ten koste van burgers. Door deze ontwikkelingen kan het zijn, dat nieuwsconsumptie niet meer op gedeelde waarheidsvinding stoelt, de taak van de gevestigde nieuwsmedia, maar op nepnieuws. Concurrentie in het medialandschap is geen doel op zich, maar moet de maatschappij dienen: het creëren van een gedeelde waarheid. Democratie en politiek zijn daarbij gebaat. Als verslaving en beïnvloeding de drijfveer wordt voor media en niet waarheidsvinding en debat, dan komt de democratie onder druk en gaan de voor democratie zo belangrijke gedeelde waarden verloren. Het ondermijnt het gedeeld vertrouwen.

De ACM mag zich nu alleen met regulering van een sector bemoeien en is alleen gemandateerd als de concurrentie beperkt wordt. In de mediasector is concurrentie slechts één criterium en niet eens het hoofdcriterium voor een bloeiende sector. De mediasector moet daarom worden opgenomen op de lijst van strategische sectoren. Daarvoor gelden meer criteria dan concurrentie. De EMFA is daarom van groot belang. 

AI zet op deze ontwikkelingen ook nog eens een versnelling. Het is belangrijk om snel te kunnen ingrijpen als een concentratie zich aandient. De lijst van strategische sectoren is dan cruciaal. De mediasector moet ruim worden gedefinieerd: wanneer een nieuwe technologie de markt betreedt, zoals generatieve AI, moet op basis van publiek en strategisch belang van nieuwsvoorziening snel kunnen worden geacteerd

Hoe we de hele journalistieke mediasector, publiek en privaat, in staat kunnen stellen om te innoverendoor Nienke Venema (Directeur-bestuurder – Stichting voor Democratie en Media)

De Stichting voor Democratie en Media vindt haar oorsprong in de Tweede Wereldoorlog: opgericht door het illegale Parool om het vrije woord te verdedigen.

De voltallige mediasector stuurde op initiatief van de stichting een brandbrief naar de informateur, omdat ook nu het vrije woord bedreigd wordt.

De Stichting is er voor de goed geïnformeerde burger: toegang tot feitelijke informatie is het sterkste wapen voor de democratie. Zonder gedeelde feitenbasis, wat er gebeurt en zonder een gedeelde ruimte om van mening te verschillen, is er geen democratie. 

De eensgezinde boodschap luidde: door de mondiale rol van techbedrijven dreigen we onze informatievoorziening te verliezen. Door de dominante positie van informatie op social media kunnen wetenschappers en journalisten geen toegang meer geven tot wat we als waar beschouwen.

Het is misschien belangrijkste vraagstuk van onze tijd: we bestaan al 80 jaar en dit is het grootste vraagstuk waar we voor nu staan. 

Het medialandschap is onherkenbaar veranderd: smartphones snijden onvoorstelbaar veel informatie op ons toe. Het maken, verspreiden en vinden van informatie is fundamenteel veranderd. Er is een overvloed aan informatie, die onze aandacht vraagt. Wat we te zien krijgen wordt gestuurd door algoritmes die onze aandacht vangen. Pluriformiteit verdwijnt in deze overvloed aan gepersonaliseerde informatie. AI heeft dat nog eens versneld: generatieve AI. Deze AI heeft goede informatie en bronnen nodig en dat wordt, zonder betaling, van de websites van de uitgevers gehaald en aan lezers gepresenteerd.

Het bereik van journalistieke media wordt daarmee ondermijnd en de vraag is: hoe blijft de samenleving goed geïnformeerd? De redacties zijn aanspreekbaar op de informatie die ze publiceren, generatieve AI niet.

Hier zijn geen grote oplossingen voor. Wel deeloplossingen. Denk aan GPT-NL, die uitgevers het gebruik van media vergoeden. Er is een nieuwe visie nodig op het medialandschap: het onderscheid tussen publiek en privaat is vervaagd. Alle media zijn online, terwijl het toezicht nog een onderscheid hanteert. Als we de democratie willen veiligstellen, moeten spelregels worden aangepast en is innovatie nodig: om het publiek te bereiken. 

Er is samenwerking nodig, waardoor we betere mediabedrijven krijgen, die weten hoe ze burgers bedrijven kunnen bereiken, publiek en privaat. Toezicht en handhaving speelt een belangrijke rol: om uitholling van de media door techreuzen te stoppen. 

Presentatie Nienke Venema

Expertpanel met alle bovengenoemde sprekers uit blok 1

Stelling 1: Zonder stevige overheidsinterventie is er in Nederland over tien jaar geen pluriform en onafhankelijk medialandschap meer.

Is het zo dat als mensen hun nieuws van Instagram en Facebook halen ze nooit meer bij de media zelf terecht komen? Is stevige overheidsinterventie nodig om over 10 jaar nog een pluriform en onafhankelijk medialandschap te hebben? 

Een suggestie uit het publiek is om daarbij breder te kijken naar media. In Europa wordt de laatste hand gelegd aan een vertrouwensinfrastructuur, eIDAS, waarmee herkomst, integriteit van digitale informatie automatisch kan worden gecheckt bij bronnen. Kun je dat niet gebruiken om de robots die het internet scrapen tegen te houden? 

Hebben we daarvoor de overheid nodig? Ja, maar niet alleen voor publieke partijen, ook private partijen hebben bescherming nodig. 

Redacties kosten geld en de journalistieke waardeketen is nu onderbroken. Adverteerders, abonnementen: het werkt niet meer. Een belangrijke vraag is of dit marktfalen is, waar de overheid moet ingrijpen, of is dit de consequentie van een innovatie, waar we nog een antwoord op moeten zoeken. Bij marktfalen moet je denken aan publiek belang dat het onderspit delft, concentratie van informatie in bepaalde handen of informatie asymmetrie: het is op dit moment te vroeg om de vraag te kunnen beantwoorden. 

Het is belangrijk om nu aan een antwoord te werken: AI wordt nu ontwikkeld, en nu moet je aan tafel zitten. Wetgeving moet het publieke belang borgen, en dan meer technologie onafhankelijk. Om te voorkomen dat bij iedere kleine innovatie nieuwe wetten nodig zijn. 

Als voorbeeld: is het slecht dat Nieuwsuur nu van X afgaat? Met 2.7 miljoen accounts van Nederlanders. Het zullen steeds meer individuele journalisten en bloggers worden, die nieuws leveren: publiek, privaat en privé. De markt wordt wat dat betreft opnieuw gedefinieerd.

Een belangrijk vraagstuk is de aanspreekbaarheid van de nieuwsbron: als nieuwmedium ben je aanspreekbaar. Het moet duidelijk zijn hoe informatie tot stand komt. Het is belangrijk dat ook vast te houden bij nieuwsuitingen van individuele content makers 

De stap van gevestigde instituten naar individuele personen is ook niet nieuw: beeldend kunstenaars, schrijvers krijgen aandacht omdat ze helpen begrijpen hoe de wereld werkt. Dan wil je weten wie die persoon is. Ook nieuws helpt je zaken te begrijpen.

Stelling 2: Het beschermen van gratis en toegankelijke nieuwsvoorziening is belangrijker dan het verdienvermogen van individuele mediabedrijven.

De stelling roept de reactie op dat een pluriform stelsel niet kan bestaan zonder verdienvermogen. Nieuws is niet gratis, meningen wel. Je moet het ook niet tegen elkaar uitspelen: een bloeiende publieke nieuwsvoorziening leidt in de praktijk ook tot bloeiende private partijen. 

Natuurlijk is nieuws, net als een vuurtoren, een maatschappelijk instituut, dat nodig is om ongelukken te voorkomen. Toegankelijkheid wil niet zeggen dat iets gratis moet zijn.

Ministeries moeten samenwerken om te zorgen voor behoud van een verdienmodel: denk aan BTW -verlaging, wet op telemarketing, online advertising, mediabeleid. 

Het is ook een vraagstuk van innovatie: manieren vinden om de nieuwe generaties lezers te bereiken. Die keren niet terug naar een situatie waarin ze via abonnementen en vaste bronnen nieuws zoeken. Het gaat niet meer om de beste content, maar een relatie opbouwen met je publiek. Dat kunnen publieke en private parttijen even goed. We kunnen niet meer terug. Mediawijsheid is hier ook een belangrijk aandachtspunt: hoe herken je verschillende soorten nieuws, hoe controleer je de bron.

Blok 2 – Innovatieperspectief

Welkom terug & visie Eppo van Nispen tot Sevenaer (Directeur – Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid & Voorzitter ECP)

Na de pauze verwelkomt Eppo de bezoekers opnieuw. Met een reflectie op de veranderende relatie tussen beeld, geluid, tekst en de informatie die het overbrengt.

We vertellen onze verhalen al duizenden jaren: vanaf de eerste grottekeningen. We hadden de kerk en de vorsten, die een monopolie namen op het vertellen van gezaghebbende verhalen. De boekdrukkunst en, met de ontwikkeling van het Europese logistieke netwerk en post, het gedrukte nieuws. In 1650 het eerste boek. Nieuws ontstond pas later: in 1755 duurde het nog 26 dagen voordat de grote aardbeving in Lissabon de Nederlandse media bereikten. Pas met de telegraaf in 1840 ging het nieuws real-time rond.

Rondom nieuws waren ingrijpende veranderingen: bijvoorbeeld toen fotografie opkwam en er beeld kon worden afgedrukt. Een kop in de krant met beeld was enorm krachtig en een vruchtbare combinatie voor het verspreiden van desinformatie. 

En voor degenen die denken dat we nu in een tijd van desinformatie leven: een belangrijk moment om de Irak oorlog te beginnen was een filmpje waarin een verpleegkundige in het Amerikaanse congres getraumatiseerd vertelde over de wreedheden van de soldaten van Sadam Hoessein op haar kinderafdeling. Later bleek het verhaal te zijn verzonnen.

Het internet biedt ook nieuwe mogelijkheden: AI-figuren die alles kunnen zeggen, omdat ze niet opgepakt kunnen worden.

Een belangrijke vraag is die van vertrouwen: hoe kweek je vertrouwen. Dat is ook de belangrijke uitdaging op dit moment. De eerste krant die advertenties en een feuilleton combineerde, La Presse. En een succesvolle private onderneming werd. Publiek private samenwerking die tot nieuwe uitingen leidt.

De toekomst is al begonnen. De vraag, hoe kweek je in de toekomst vertrouwen in je media, wordt nu al gesteld en vraagt nu al om een antwoord. 

De mens als journalistieke meerwaarde in het AI-tijdperk door Philippe Remarque (Directeur journalistiek – DPG Media Nederland)

Journalistiek en AI: geen paniek.

  • Maak journalistiek beter en menselijker.
  • Omarm AI als gereedschap: je kunt veel met vibecoding doen.
  • Experimenteer met AI als vertelvorm

We hebben met digitalisering van onze krant weer abonnees teruggekregen, er zijn betaalmodules toegevoegd op onze website. We hebben nieuwe manieren van verspreiden: denk aan streaming in de digitale krant. We zijn als krant de diepte ingegaan: want daar bleek de meerwaarde te liggen ten opzichte van de vele gratis media. We zijn van publicatie eens per etmaal naar continue publicatie gegaan, eind jaren 90 met nu.nl. 

Wat is onze meerwaarde nu? Daar moeten we naar zoeken. Wat kan de machine niet? Echt contact leggen met mensen, waarheidsvinding en alles daar omheen, originaliteit. Behoefte aan waarheid en fact checken wordt groter: het zal beter worden met AI. Maar: de ‘geur van mensen moet om nieuws hangen’ (Mario García)

We zien journalisten die hun verhaal zelf meenemen, vanuit de auteur (Daniël Verlaan bijvoorbeeld), nieuws een gezicht geven.

We moeten inspelen op de algoritmes: een podcast wordt een video. Want dat komt aan. We zien in de New York Times drie redacteuren praten over wat de demonstraties in Minneapolis met hen persoonlijk doet. De krant heeft onderaan zelfs een watch-tab, waardoor je nieuws kunt zien.

Het is lastig om op social media actief te zijn, want dat doe je voor andermans gewin. Maar je kunt niet wegblijven: je kunt er niet tegen op. Je bent het billboard langs de snelweg, dat mensen zich later herinneren. Denk aan hosted newsletters, waarin je jouw nieuws met lezers deelt.

Die menselijkheid biedt een grote kans aan nieuws in de regio: veldredacties, community vorming. Denk aan live podcasts waar mensen betalen om bij aanwezig te zijn, maar die geen abonnement hebben.

Uniek, beter en menselijker worden: dat moet journalistiek gaan doen. En gezamenlijk de distributiedominantie doorbreken.

Wat er nodig is om te innoveren in een snel-veranderend medialandschap door Elger van der Wel (Zelfstandig online-media-adviseur)

De krant heeft een probleem: het online verdienmodel is gebouwd op bezoekersverkeer. Platforms zorgden daarvoor, maar dat is nu voorbij. 

Jongeren volgen geen nieuws meer. Bij jonge vrouwen geldt een double flip: nog maar 20% van hen volgt nieuws. Meer video dan tekst, meer individuele mensen dan merken. 

De krant heeft een probleem. En er waren vijf kantelpunten die daaraan bijdragen:

  • Verkeer verschuift naar AI
  • Van een aandachteconomie naar een relatie economie: aandacht was geld.

Nu de relatie. Individuele makers verdienen, niet de mediabedrijven. 

  • Van waarheid naar?
  • Internet voor mensen naar een internet voor bots:

1/5 huidige verkeer internet is van bots. In 2027 is de helft van het internetverkeer afkomstig van bots is de verwachting. Internetverkeer groeit enorm.

  • Menselijk werk wordt vervangen door automatisering. In plaats van loon betalen bedrijven voor tokens/servercapaciteit om computers zichzelf te laten programmeren. 

Als AI-systemen ook andere dingen gaan doen dan programmeren:

Echte innovatie is nodig. Het gaat een behoorlijke stap verder dan plannen voor een aantal jaar. Hoe zorg je dat bij volgende generatie nog bestaat? 

Risico nemen: als je het geld nog hebt en winst maakt. Creatieve dienst; iets nieuws kunnen bouwen omdat we niet door externe factoren maar door ons zelf worden veranderd.[M(2]

Samenwerking: publiek/privaat met innovatie.

Visie over journalistieke innovatie & leiderschap door Karlijn Goossen (Coördinator Journalistiek Genre – NPO & zelfstandig onderzoeker)

Karlijn ziet in haar onderzoek dat jongeren naar nieuws zoeken, dat verweven is met hun dagelijks leven: niet gekoppeld aan een merk of instituut, maar aan mensen.

Meer bereik was het belangrijkste doel voor media: dat stond gelijk aan relevant zijn. Maar dat is niet meer zo: kijkcijfers en abonnementen bepalen niet of je relevant bent voor je lezers. Ook het aantal clicks niet meer. Mensen hebben mensen nodig om hun weg te vinden in de wereld: dat is waar journalistiek een rol in moet spelen. Het vraagstuk van democratie en media moet geherformuleerd worden: hoe zorgen we dat het vraagstuk van democratie een onderdeel is van die weg door de wereld. Zonder jongeren te overspoelen. 

Je moet dan meer denken aan een ecosysteem van content, journalisten, media, merken en instituten die op belangrijke momenten gevonden worden: bij verkiezingen, als de samenleving voor belangrijke keuzes staat of als zij zelf voor belangrijke keuzes staan. 

Publieke waarde ligt niet in een specifiek product of artikel, maar wordt een infrastructuur: je maakt er gebruik van omdat je de media op de juiste momenten tegenkomt, het handig is, je er goede ervaring mee hebt.

Media is net als de telefoon: je gebruikt de telefoon niet uitsluitend op het moment dat je er mee wilt bellen. Je gebruikt het altijd: om te navigeren, een winkel te vinden, een idee op te doen voor een recept of om je social media bij te werken. Nieuws en publieke waarden moeten de achtergrond gaan vormen, een infrastructuur, die je tegenkomt, die jou zoekt. Op de momenten dat de media op je pad komen, zorgen ze voor verbinding, inzicht, wegnemen van onzekerheid, duiding, beantwoorden van vragen.

Media tot infrastructuur maken vraag niet aan ons om het wiel uit te vinden: het is een zaak van aanwezig zijn wanneer lezers interesse hebben en wanneer je een bijdrage kunt leveren. Waar en wanneer dat is, is een zoektocht: wat werkt, waar hebben lezers interesse in. Het is een zaak van lange adem: bekendheid, vertrouwen opbouwen en een reputatie. Dat vergt leiderschap bij mediaorganisaties, de moed om de plank mis te slaan, om een andere weg in te slaan. Dat vergt politiek leiderschap: Europese wetgeving, gesprek met de platforms en andere partijen die met heel andere en misschien conflicterende opgaven bezig zijn.

 De innovatie in Google Zoeken door Rachid Finge (Communications Manager – Google)

Dagbladen zagen ooit teletekst als bedreiging: omroepen die zich op geschreven tekst richten. Nu is het omgekeerde het geval: teletekst leidt tot vragen om duiding, achtergrond en is een bondgenoot van dagbladen gebleken.

Zo is Google ook meegegroeid met ontwikkelingen die vaak werden aangekondigd als het einde van het bedrijf. Van desktop naar mobiel, van tekst naar voice, nu generatieve AI die klassieke zoekmachines overbodig maken. 

Samenwerking met partijen is vaak nodig om op die veranderingen te kunnen reageren: zodat we antwoord geven op de steeds veranderende vragen van de gebruiker en andere behoeften om kennis toegankelijk te maken. Denk aan de samenwerking die Google moet opzoeken met de contentleveranciers, die veelal de basis vormen voor de antwoorden op de zoekvragen.

Generatieve AI en nieuwsuitgevers hebben gemeenschappelijk probleem: mensen willen hun informatie anders ontvangen. Google wilde hen 10 blauwe links tonen en dat wilden de uitgevers ook. Maar het is nu de tijd van overzichten. Het zou desastreus zijn, als Google daar niet op inspeelde. 

Het achterliggende doel van Google, in 2006 geformuleerd, het toegankelijk maken van de wereldwijd beschikbare kennis, wint aan actualiteit. 20 jaar geleden wilden we ook al zoekmachines die begrijpen wat je bedoelt en met een goed antwoord komen.

Google moet, net als uitgevers, inspelen op veranderende verwachtingen: het toenemende belang van social media, met hun eigen context en visuele informatie; het afnemende vertrouwen in instituties, maar juist groeiend vertrouwen in zelfstandige makers; en de behoefte aan gepersonaliseerde informatie.

Tot onze verrassing krijgen zien we met de AI-overzichten juist een stijging in het aantal zoekopdrachten. Juist omdat we heel precies vragen kunnen beantwoorden: als je van dan tot dan op vakantie wilt met je kinderen in de herfstvakantie in een bepaalde streek, wat zijn dan de mogelijkheden. Juist onder de jeugd van 18-24 stijgt het gebruik. 

Voor nieuwsuitgevers is dit het Teletekst-moment. We zijn uitgevers gaan betalen toen we korte samenvattingen van hun teksten in onze zoekresultaten lieten zien. We moeten opnieuw in gesprek: op zoek naar nieuwe manieren om samen te werken.

Presentatie Rachid Finge

Expertpanel met Suzanne Hafidi-Gevers (Waarnemend Directeur – ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en diverse sprekers uit blok 2. Philippe Remarque (DPG Media Nederland) kon niet aansluiten, in plaats van hem nam Herman Wolswinkel (NDP Nieuwsmedia) plaats in het panel.

Stelling 1: Personalisatie is onvermijdelijk, ook als dat ten koste gaat van pluriformiteit.

Pluriformiteit en personalisatie van het nieuws lijken op het oog tegengestelde bewegingen: personalisatie ten koste van pluriforme informatievoorziening. Personalisatie is de kracht van veel platforms: veel bezoekers halen daar hun nieuws vandaan. 

Een belangrijke les is dat een persoonlijke benadering, waarbij journalisten niet alleen nieuws, maar ook hun verhaal vertellen, heel goed pluriformiteit en personalisatie kan combineren. Niet aanwezig zijn op deze platforms is geen optie: dat betekent dat de media een grote groep niet bereiken. Uitdaging is dat gepersonaliseerde informatievoorziening ook gaat leiden naar waardevolle pluriforme informatie. 

Het verdienmodel van de platforms is aandacht: aandacht vasthouden om geld te verdienen. Nieuwsmedia moeten aandacht vasthouden, met als doel informeren en gedeelde feiten. We moeten leren om dat goed te doen.

Dat betekent dat ontwerp van de media daarop moet inspelen: er zijn succesvolle voorbeelden, zoals NOS Stories, die breed worden gedeeld op social media. Of de New York Times die met podcasts en het naar voren halen van de mensen achter het nieuws aandacht weten te vangen. Dat leidt niet per sé naar meer verkeer naar je eigen site: het is meer een billboard langs de snelweg: je wordt gezien en herinnerd.

Negatieve kant van personalisatie is dat je een fuik in zwemt, niet meer wordt verrast door iets waarvan je niet wist dat je er interesse in had. In een bubbel terecht komt. Pluriformiteit moet een overheid niet gaan opleggen: in de Media Freedom Act kunnen media zich straks als Media Service Provider laten kwalificeren. En dat betekent dat hun nieuws op de tijdlijnen en door de algoritmes een plek moet gaan krijgen. En dat ze aangesproken kunnen worden wanneer ze ongefundeerd nieuws verspreiden. Deze plaats op de platforms betekent innovatie voor de media: het vasthouden van de aandacht van een publiek dat niet zoekt, maar door het nieuws gevonden en gegrepen wil worden.

Integraal mediabeleid is een belangrijk punt: het nieuwe kabinet wil daaraan werken. Er liggen verantwoordelijkheden die raken aan media bij verschillende ministeries. Denk aan OCW, J&V, BZK, EZK. 

Samenwerking is een belangrijk aandachtspunt: sommige individuele journalisten zullen op deze platforms een grote rol gaan spelen en aandacht van velen trekken. Zij moeten in die samenwerking een rol kunnen spelen, net als private partijen die ineens een wiel uitvinden. Zoals de redactie van RTL op dit moment met AI. Soms zijn publieke partijen juist in de lead. Vernieuwing komt vaak, maar niet altijd, bij kleine wendbare partijen vandaan: het is in een klein land als Nederland de kunst om elkaar te vinden, van elkaar te leren.

We hebben Europa nodig om het gesprek aan te gaan met de platforms. TV kunnen we nationaal nog wel regelen.

We moet zorgen dat nieuws gestuurd voor algemeen belang niet verloren gaat in de ruis van internet. 

Door de overheid gefinancierde informatie kan ook propaganda zijn. Publieke waarde: independent journalisten, ook al zijn ze geen gevestigd merk, kunnen bijdragen aan die publieke waarden. Wat werkt met vertrouwen, hoe zie de public value eruit: zit niet alleen bij publieke omroepen, maar ook private partijen erbij individuen. 

Stelling 2: Er moet prominentiebeleid worden ingevoerd voor online platforms.

Google experimenteert met prominentiebeleid: redeneren vanuit de gebruiker, terwijl we nu vaak het tegenovergestelde doen. Jongeren die nu geen nieuws consumeren, zullen dat over tien jaar waarschijnlijk nog steeds niet doen. Nieuws pushen in een feed kan ook leiden tot misbruik in bepaalde contexten. Bovendien is het niet altijd wat mensen willen. Gebruikers willen ook pluriform, hoogwaardig nieuws.

Hebben mensen voldoende handelingsvermogen om dat zelf te willen en actief op te zoeken? Of gaat het vooral om het extraheren van aandacht om geld te verdienen? Door sturing geef je mogelijk ook kwaadwillende partijen meer macht.

Verdienmodel: moeten media hun geld blijven verdienen op basis van zichtbaarheid? Ze zijn wel zichtbaar, maar verdienen ze daar ook aan? Nu draait het vooral om clicks. Als een medium prominent in een AI-overzicht verschijnt, verandert dat het verdienmodel.

De Federal Communications Commission (FCC) voert al vormen van prominentiebeleid uit. Maar dit gaat voorbij aan het kernprobleem: informatievoorziening is afhankelijk geworden van platforms zoals TikTok en Instagram. Daar bepaalt de feed wat het meeste engagement oplevert. Vaak zijn dat contentvormen die op de grens zitten van wat kan, omdat ze het beste presteren.

Prominentiebeleid lost dan mogelijk het verkeerde probleem op. Het gaat niet alleen om zichtbaarheid, maar om aandacht als grondstof. De vraag is dus of je hiermee het kernprobleem oplost.

31-03-2026