Zomerblog Marjolijn Bonthuis

30-07-2026

“Worden we een museum?”

Marjolijn Bonthuis-Krijger over Europa, AI en de stap van dialoog naar daadkracht

Deze zomer leest Marjolijn Bonthuis-Krijger Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Het hotel in de roman staat symbool voor Europa: prachtig, rijk aan verhalen en doordrenkt van geschiedenis, maar vooral gericht op het verleden. Europa bewaart zijn kunst, architectuur en cultuur en verkoopt die aan toeristen. Ondertussen wordt de toekomst elders gebouwd.

Het is een beeld dat Marjolijn aan het denken zet. Niet alleen als lezer, maar vooral vanuit haar jarenlange betrokkenheid bij digitalisering, cybersecurity, internet governance en de ontwikkeling van de Nederlandse informatiesamenleving. Als programmadirecteur Digitale Weerbaarheid & Vertrouwen en lid van het managementteam van ECP houdt zij zich dagelijks bezig met de vraag hoe Nederland en Europa technologie veilig, verantwoord en met vertrouwen kunnen benutten.

Juist vanuit die rol kijkt zij met enige zorg naar de internationale technologische verhoudingen. Terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven miljarden investeren in kunstmatige intelligentie, chips, cloudtechnologie en digitale infrastructuur, richt Europa zich vaak vooral op regels, risico’s en bescherming.

Volgens Marjolijn is die aandacht noodzakelijk. Technologie mag niet zonder grenzen worden ontwikkeld en toegepast. Grote technologiebedrijven hebben inmiddels zoveel economische, technologische en maatschappelijke macht opgebouwd dat stevige publieke kaders onvermijdelijk zijn. Bescherming van grondrechten, democratische controle, digitale veiligheid en eerlijke concurrentie zijn geen luxe, maar essentiële voorwaarden voor een digitale samenleving waarin mensen en organisaties vertrouwen kunnen hebben.

“Maar regels alleen maken Europa nog geen speler”

Wanneer Europa vooral bepaalt onder welke voorwaarden technologie van anderen hier mag worden gebruikt, terwijl het zelf onvoldoende investeert in de ontwikkeling ervan, blijft de Europese invloed beperkt. Europa kan dan misschien de huisregels van het hotel bepalen, maar niet waar de volgende generatie hotels wordt gebouwd — of wie daarvan de eigenaar is.

Van Nederlands recht naar de digitale samenleving

De combinatie van technologie, recht en maatschappelijke verantwoordelijkheid loopt als een rode draad door de loopbaan van Marjolijn. Na haar studie Nederlands recht aan de Universiteit Leiden begon zij haar carrière midden in het dotcomtijdperk bij Infostrada Sports, een bedrijf dat wereldwijd sportinformatie en digitale diensten leverde.

Het was een periode waarin de mogelijkheden van het internet vrijwel onbegrensd leken. Nieuwe bedrijven ontstonden, digitale verdienmodellen werden ontwikkeld en technologie veranderde in hoog tempo de manier waarop mensen werkten, communiceerden en informatie deelden. Tegelijkertijd werd al zichtbaar dat technologische vooruitgang nooit alleen een technisch vraagstuk is. Innovatie roept ook vragen op over rechten, veiligheid, macht, verantwoordelijkheid en vertrouwen.

Als congresontwikkelaar voor ICT en Juridische Zaken bij Elsevier Congressen kwam Marjolijn vervolgens in contact met Arie van Bellen. Die ontmoeting leidde in 2002 tot haar overstap naar ECP, destijds nog een jong platform dat zich inzette voor de ontwikkeling van de Nederlandse informatiesamenleving. Sindsdien maakt zij deel uit van het managementteam en is zij binnen ECP verantwoordelijk voor projecten en programma’s op het gebied van digitale veiligheid, vertrouwen en internet governance.

Verbinden als rode draad

De kracht van ECP ligt volgens Marjolijn vooral in het leggen van verbindingen. Niet alleen tussen mensen en organisaties, maar ook tussen dossiers, belangen en maatschappelijke vraagstukken. Digitalisering kan volgens haar niet door één partij of vanuit één perspectief worden vormgegeven. Overheid, bedrijfsleven, wetenschap, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties hebben elkaar nodig juist omdat zij verschillende kennis, belangen en verantwoordelijkheden vertegenwoordigen.

In haar werk heeft Marjolijn steeds opnieuw ervaren hoe sterk digitale vraagstukken met elkaar samenhangen. Cybersecurity raakt aan economie en continuïteit, privacy aan innovatie en vertrouwen, en digitale vaardigheden aan inclusie. Kunstmatige intelligentie raakt bovendien aan arbeidsmarkt, onderwijs, democratie, cultuur en veiligheid. Het verbinden van deze onderwerpen en de betrokken partijen is daarom geen bijzaak, maar een noodzakelijke voorwaarde om tot duurzame oplossingen te komen.

Marjolijn ziet ECP als een onafhankelijk aanspreekpunt, strategisch partner en verbindende spil in de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. In 2016 werd haar inzet internationaal erkend toen de Women in Cyber Security Foundation haar uitriep tot Woman of the Year. Die erkenning onderstreepte niet alleen haar persoonlijke bijdrage aan het vakgebied, maar ook het belang van diversiteit, samenwerking en zichtbaarheid binnen cybersecurity.

Voor Marjolijn gaat digitale veiligheid nooit alleen over systemen en techniek. Het gaat uiteindelijk over mensen, organisaties en de samenleving die van die systemen afhankelijk is.

Wat volgt er na de dialoog?

Bij ECP staat de kracht van dialoog centraal. Een veilige en verantwoorde digitale samenleving kan alleen ontstaan wanneer partijen elkaar begrijpen, kennis delen en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Ook tijdens het ECP Jaarfestival komen veel van deze perspectieven, zorgen en ambities samen. Overheid, bedrijfsleven, wetenschap en maatschappelijke organisaties voeren er het gesprek over de kansen en gevolgen van digitalisering.

Marjolijn onderschrijft het belang van die dialoog volledig. Tegelijkertijd stelt zij een vervolgvraag die steeds urgenter wordt: wat gebeurt er na het gesprek? Durft Europa naast het voeren van de juiste dialoog ook keuzes te maken? Durven overheden en bedrijven prioriteiten te stellen, middelen voor langere tijd vast te leggen en te accepteren dat innovatie nooit volledig zonder risico is? En durven partijen soms te beginnen voordat ieder mogelijk bezwaar is opgelost?

De zorgen over de Europese concurrentiepositie zijn bepaald niet nieuw. Rapporten verschijnen, congressen worden georganiseerd en vrijwel iedere bijeenkomst over AI, innovatie of geopolitiek raakt inmiddels aan begrippen als strategische autonomie, verdienvermogen en digitale soevereiniteit. De waarschuwingen van Mario Draghi op Europese schaal en van Peter Wennink vanuit Nederlands perspectief wijzen in dezelfde richting: Europa en Nederland moeten niet alleen ambities formuleren, maar ook bereid zijn langdurig, gericht en op grote schaal te investeren.

Toch blijft er tussen analyse en uitvoering vaak een ongemakkelijke ruimte bestaan. Voor Marjolijn is dialoog noodzakelijk, maar mag deze geen eindstation worden. Uiteindelijk moet er ook worden gebouwd.

Digitale weerbaarheid is meer dan cybersecurity

De thematiek uit Grand Hotel Europa raakt direct aan het debat over digitale soevereiniteit. Wie beschikt over data, cloudinfrastructuur, chips, cyberbeveiliging en AI-modellen, bepaalt in toenemende mate hoe economieën, overheden en samenlevingen functioneren. Wanneer Europa voor essentiële digitale diensten afhankelijk blijft van een klein aantal buitenlandse technologiebedrijven, is de Europese autonomie al snel betrekkelijk.

Volgens Marjolijn is dit niet alleen een economisch of geopolitiek vraagstuk. Het raakt ook direct aan digitale veiligheid, vertrouwen en weerbaarheid. Organisaties moeten weten waar hun gegevens worden verwerkt, welke afhankelijkheden zij aangaan en wat er gebeurt wanneer een leverancier uitvalt, internationale verhoudingen veranderen of een technologische keuze niet langer aansluit bij Europese belangen en waarden.

Digitale weerbaarheid betekent daarom meer dan het voorkomen van cyberaanvallen. Het betekent ook voorbereid zijn op verstoringen, alternatieven beschikbaar hebben en voorkomen dat essentiële processen volledig afhankelijk worden van systemen waarop Europa nauwelijks invloed kan uitoefenen.

Tegelijkertijd levert Europa veel van de culturele en intellectuele grondstoffen waarop AI-systemen worden gebouwd. Europese boeken, schilderijen, muziek, journalistiek, wetenschappelijke inzichten en ideeën worden gebruikt bij de ontwikkeling en training van nieuwe technologie. Ons culturele en intellectuele erfgoed vormt daarmee een belangrijke grondstof voor de digitale toekomst, terwijl de technologie en infrastructuur waarop die toekomst rust vaak in handen zijn van partijen buiten Europa.

Daarmee dringt zich de centrale vraag op: wordt Europa het Grand Hotel van de wereld? Een schitterende plek waar mensen naartoe komen om te bewonderen wat ooit is gemaakt, terwijl innovatie, infrastructuur en macht elders liggen?

Geen afzondering, maar strategische keuzes

Het antwoord is volgens Marjolijn niet dat Europa zich moet afsluiten of alles zelfstandig moet proberen te bouwen. Digitale soevereiniteit is geen autarkie. Niet iedere chip, ieder AI-model en ieder softwareplatform hoeft Europees te zijn. Internationale samenwerking blijft noodzakelijk en buitenlandse technologiebedrijven kunnen waardevolle kennis, innovatie en diensten leveren.

Tegelijkertijd mag afhankelijkheid geen automatisme zijn. Europa kan niet op alle technologische terreinen tegelijk wereldleider worden; geld, talent, energie en tijd zijn beperkt. Dat vraagt om duidelijke keuzes over welke technologieën en infrastructuren werkelijk strategisch zijn, waar Europese samenwerking noodzakelijk is en op welke terreinen betrouwbare internationale afhankelijkheden aanvaardbaar blijven.

Op essentiële onderdelen moeten Europese kennis, infrastructuur, bedrijven en alternatieven beschikbaar zijn. Niet omdat alles wat buiten Europa ontstaat per definitie onwenselijk is, maar omdat echte keuzevrijheid alleen bestaat wanneer er daadwerkelijk iets te kiezen valt.

Reguleren én investeren

Wetgeving en investeringen zijn volgens Marjolijn geen tegenpolen. Juist omdat grote technologiebedrijven zoveel macht hebben opgebouwd, moeten er grenzen worden gesteld. Maar juist omdat zij zo machtig zijn geworden, moet Europa ook zelf kennis, kapitaal en ondernemingskracht organiseren.

Dat vraagt om een overheid die meer doet dan risico’s beheersen. De politiek moet richting geven, markten helpen ontstaan en investeringen mogelijk maken die niet binnen één begrotingsjaar rendement opleveren. Ook het bedrijfsleven moet niet alleen om ruimte voor innovatie vragen, maar verantwoordelijkheid nemen voor veilige technologie, de maatschappelijke gevolgen ervan en de versterking van het Europese digitale ecosysteem.

Kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties spelen eveneens een belangrijke rol. Zij dragen bij aan kennisontwikkeling, kritische reflectie en het publieke debat over de vraag welke technologische toekomst wenselijk is. Voor organisaties als ECP ligt er daarbij een dubbele opdracht: blijven investeren in vertrouwen, begrip en samenwerking, en partijen tegelijkertijd uitdagen om van woorden naar uitvoering te gaan.

Dat sluit aan bij de visie die Marjolijn al jarenlang in haar werk uitdraagt: veiligheid en vertrouwen zijn geen rem op innovatie, maar noodzakelijke voorwaarden om technologie optimaal en duurzaam te kunnen benutten. Meer digitale veiligheid versterkt het vertrouwen in technologie, en dat vertrouwen draagt vervolgens bij aan innovatie, economische groei en maatschappelijke acceptatie. Maar het omgekeerde geldt ook: zonder innovatie, technologische kennis en economische kracht wordt het steeds moeilijker om veiligheid, vertrouwen en Europese waarden zelfstandig te beschermen.

Een levende cultuur maakt iets nieuws

De uitdaging van AI voor Europa is volgens Marjolijn daarom niet een keuze tussen waarden en vooruitgang, tussen regulering en innovatie of tussen samenwerking en autonomie. De werkelijke uitdaging is ervoor te zorgen dat deze elementen elkaar versterken.

Europese waarden als menselijke waardigheid, creativiteit, openheid en verantwoordelijkheid verdienen bescherming. Maar waarden zonder technologische slagkracht lopen het risico vooral goede bedoelingen te blijven. Om die waarden daadwerkelijk vorm te geven, moet Europa ook kunnen investeren, ontwikkelen, opschalen en handelen.

Na ruim twintig jaar werken aan de informatiesamenleving weet Marjolijn dat duurzame verandering zelden door één partij tot stand wordt gebracht. Verandering ontstaat wanneer mensen en organisaties elkaar vinden, kennis delen en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Maar verbinding is geen doel op zichzelf. Uiteindelijk moet zij leiden tot keuzes, investeringen en concrete resultaten.

Misschien is dat de werkelijke opgave voor Europa: niet kiezen tussen erfgoed en vooruitgang, maar het verleden gebruiken om zelf aan de toekomst te bouwen. Met Europese waarden als fundament én met voldoende technologische slagkracht om die waarden in een digitale wereld te beschermen.

Een museum bewaart wat geweest is. Een levende cultuur maakt iets nieuws. De vraag is daarom niet alleen welke van de twee Europa wil zijn, maar ook of Europa straks nog zelf kan bepalen hoe die toekomst eruitziet.


Betrokken ECP'ers

Marjolijn Bonthuis-Krijger