Systeem reset in beweging; van hackathon-energie naar App store en opschaling richting 2026

28-01-2026

Dit artikel komt voort uit het programma Digitaal Doordacht, waarin het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) samenwerkt met ECP | Platform voor de Informatiesamenleving. Binnen dit programma vervult ECP de rol van verbindende en faciliterende partner: zij brengt overheid, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij elkaar en zorgt dat dialoog, experiment en opschaling met elkaar verbonden zijn. Vanuit die rol helpt ECP om initiatieven zoals Terminal ZOO en Terminal WOO niet als losse events te organiseren, maar als strategische bouwstenen voor duurzame digitale innovatie binnen de overheid.

In het programma Digitaal Doordacht brengen Sabine Herbrink (programmamanager) en Tjitske Buurman (procesregisseur) scherp in beeld waar het gaat vlammen: waar mensen elkaar vinden, wat er kantelt en welke keuzes echte versnelling brengen.

Binnen Digitaal Doordacht verkennen we wat digitale transformatie in de praktijk vraagt: strategische verankering en stevige governance, met blijvende aandacht voor ethiek, privacy en security. We vertellen verhalen van pioniers en uit de praktijk die laten zien hoe AI niet alleen processen kan verbeteren, maar ook maatschappelijke impact kan vergroten.

Vanuit die aanpak zijn Terminal ZOO en Terminal WOO geen losse evenementen, maar strategische bouwstenen. Ze worden ingezet als een vliegende start van een duurzame innovatiecyclus: van sprint naar roadmap, van demo naar adoptie. De hackathons zijn georganiseerd in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), vanuit het programma Open Overheid, en met ECP | Platform voor de Informatiesamenleving. Samen werken we zo gericht aan een toekomstbestendige digitale overheid, waarin burgers en ondernemers centraal staan.

In dit verhaal laten innovatiemanager Marc Minnee en AI-lead Guido Scheuerman zien hoe je hackathon-energie omzet in vervolgkracht: via een App Store met herbruikbare AI-bouwstenen en een opschalingslijn richting 2026. Niet de pitch is de finish, maar het startschot. Niet het prototype is de winst, maar de landing.

De eerste minuten van een hackathon voelen als het loskomen van de kade. Niet omdat regels verdwijnen, maar omdat ze even plaatsmaken voor iets dat je zelden zo puur ziet in het publieke domein: beweging. Laptops klappen open als zeilen in de wind, koffiebekers schuiven als pionnen op een schaakbord, post-its schieten over tafels alsof ze haast hebben om werkelijkheid te worden. In de ruimte klinkt een andere taal: korte zinnen, scherpe keuzes, geen omwegen. Het is het soort focus dat je alleen krijgt wanneer iedereen voelt: hier staat iets op het spelen we gaan het maken.

Bij Terminal ZOO (16 en 17 mei) en Terminal WOO (31 oktober en 1 november) was die energie niet te missen. Hardnekkige vraagstukken, transparantie, informatiehuishouding, verantwoord AI-gebruik kregen ineens tractie, omdat makers, mentoren en opdrachtgevers hetzelfde ritme vonden. Wat normaal weken aan afstemming kost, werd in twee dagen teruggebracht tot een werkend voorstel. Teams die elkaar gisteren nog niet kenden, bouwden vandaag aan oplossingen die morgen al bestuurlijk relevant kunnen zijn. Precies daar, op het snijvlak van urgentie en maakbaarheid, ontstond iets dat je niet vastlegt in een memo: momentum dat door wil.

Marc is betrokken bij het programma Open Overheid en is samen met Monique Barnhoorn en Noortje Jansen medeorganisator van Terminal ZOO en Terminal WOO.

Hij is bovendien verantwoordelijk voor de vervolgroute: hoe kansrijke oplossingen doorontwikkelen naar toepassing en impact. Guido bouwde vanuit de provincie Zuid-Holland mee als mentor en inhoudelijk sparringpartner op het snijvlak van open overheid en AI. Samen laten zij zien hoe een hackathon kan verschuiven van een eenmalig event naar een strategisch instrument: niet als eindpunt, maar als begin van duurzame implementatie. 

De scepsis die het startschot gaf

Het begin ligt niet op de hackathonvloer, maar eind november/begin december 2024, tijdens een ontmoeting met Jacqueline Rutjens, programmadirecteur Open Overheid. Het idee wordt opnieuw op tafel gelegd: “weer hackathons organiseren.” Marc reageert niet lauw, maar precies scherp genoeg om het beter te maken. “Ik ben eigenlijk niet zo’n fan meer van hackathons, omdat de follow-up zo slecht geregeld is.” Dat is geen afhaakmoment, maar een kwaliteitsnorm. In Marc’ taal krijgt een prototype pas betekenis als het ook echt landt.

Wat daarna gebeurt, is beslissend voor de rest van het verhaal. Het gesprek wordt geen vrijblijvende ambitie, maar een afspraak met tanden. Follow-up wordt geen bijzaak die ‘ook nog’ moet gebeuren, maar onderdeel van het ontwerp. “Als jij twee hackathons wil, dan wil ik ook de begeleiding van de winnaars op me nemen.” Vanaf dat moment verandert de hackathon van een mooi moment naar een werkende keten: van idee naar prototype, en van prototype naar adoptie.

Kom erbij

Met die keten voor ogen zoekt Marc gericht naar mensen en organisaties die al meters maken op het snijvlak van open overheid en AI. Zo komt hij bij Zuid-Holland uit en bij Guido. Tijdens de bijeenkomst in februari in het Provinciehuis spreekt Marc hem aan, vertelt over de hackathonplannen en merkt al snel dat Guido in dezelfde beweging zit. Geen afwachtende houding van “eerst maar eens zien”, maar een uitnodiging die direct ruimte geeft: “Joh, kom erbij.”

Die drie woorden doen iets wat je niet in een projectplan vangt. Ze halen de rem eraf. Ze maken samenwerken vanzelfsprekend, nog voordat alles strak omlijnd is. In veranderkundige termen is dat groot: je mag aanhaken terwijl we bouwen. Het levert psychologische veiligheid én tempo precies de combinatie die nodig is om energie om te zetten in voortgang.

De test op de vloer

In februari wordt dat vertrouwen in de praktijk getest op de vloer van AI.co.nl. Daar zien Marc en Guido twee waarheden naast elkaar. Eén: een vrijblijvende hackathon is een krachtige katalysator voor innovatie op het snijvlak van data, AI en overheid. In korte tijd ontstaan verbindingen en gesprekken die anders maanden op de plank blijven liggen. Twee: zonder scherpte in de opzet én een duidelijke vervolgroute blijft de impact vaak beperkt. Met andere woorden: de hackathon is het vliegwiel, maar een goed ingericht vervolg met eigenaarschap, prioritering en een roadmap maakt van een goed idee een schaalbare oplossing.

Juist in die spanning tussen inspiratie en implementatie valt het kwartje dat later alles verbindt: het App Store-concept. Niet nóg een pilot, maar een gedeelde manier om herbruikbare AI-bouwstenen aan te bieden, inclusief de voorwaarden waaronder ze veilig en verantwoord gebruikt kunnen worden. Een eerste prototype krijgt daarmee een helder doel: hergebruik, verantwoorde toepassing en gezamenlijke innovatiekracht als standaard, niet als uitzondering.

ZOO: de sprint en de spiegel

Terminal ZOO in mei brengt de ambitie naar een volgende versnelling, maar ook met groeipijn. Door omstandigheden is de voorbereidingstijd kort, en dat zie je terug in de mix van teams: naast onverwachte en “geronselde” deelnemers ook de “usual suspects” die hun weg naar hackathons altijd vinden. Het is geen oordeel, maar een spiegel: als je de beste oplossingen wilt, moet je niet alleen een podium bouwen, maar ook de instroom organiseren.

Daarom is de opzet strakker dan bij veel andere hackathons: een open oproep en aanmelding via netwerk en vertrouwde kanalen, teams die zich inschrijven met een idee en skillset, en vervolgens een bewuste inrichting van begeleiding. Per team is er één mentor, gematcht op type uitdaging niet alleen om de techniek te scherpen, maar vooral om de vertaalslag naar de publieke context te maken. Want de pitch is niet het eindproduct; het is het startsein. Een goede demo is nog geen adoptie.

Na de prijzen begint het echte werk: vertalen naar beleidstaal, integreren in processen, omgaan met ICT-realiteit en compliance, en misschien wel het moeilijkst, een opdrachtgever vinden die het vervolg ook echt wil dragen. Het helpt dat de hackathon zelf al is ingebed in een doorwrocht aanbestedingsproces, zodat er achteraf geen onnodige inkooptechnische obstakels ontstaan.

Waar begeleiding gewicht krijgt

In die fase komt Guido’s rol scherp in beeld. Hij ziet hoe vaak innovatie strandt op een taalprobleem: een technisch concept kan briljant zijn, maar als het niet aansluit op een concrete vraag, haakt de organisatie af. Mentorschap wordt dan ook storytelling: terugbrengen tot een inzetbaar voorstel, zonder de ambitie eruit te persen. Niet kleiner maken om het kleiner maken, maar scherpstellen zodat het kan landen.

In Zuid-Holland zit bovendien een extra laag die de beweging versnelt: het besef dat overheden niet alleen beleid maken, maar ook ecosysteemspelers zijn. Provincies hebben een economische opdracht; startups horen daarbij zeker met kennis in de regio en een universiteit om de hoek. Ja, het kost energie om startups binnen te trekken en te begeleiden. Maar die energie betaalt zich terug: in vernieuwing, regionale kracht en oplossingen die niet van buitenaf worden ingehuurd, maar samen worden opgebouwd.

WOO: bestuurlijk gewicht, echte opvolging

Terminal WOO-eind oktober/begin november laat zien wat er gebeurt als de randvoorwaarden beter staan. De hackathon is professioneler voorbereid en de ontvangende kant staat steviger. In de jury zitten bestuurders op concerndirecteursniveau, onder meer vanuit Zuid-Holland en het ministerie van Financiën. Dat verandert de dynamiek. Teams voelen dat hun idee niet in een la verdwijnt. Overheden laten zien dat ze bereid zijn eigenaar te worden van het vervolg.

In de begeleiding blijft één criterium leidend: energie. Niet als hype, maar als voorspeller van adoptie. Organisaties die beginnen over “geen capaciteit” of “gedoe met ICT” zijn zelden de plek waar een prototype landt. Organisaties die willen bouwen en opschalen dáár ontstaat de route naar impact.

App Store: van idee naar infrastructuur

Parallel aan die hackathons groeit de App Store van idee naar strategische infrastructuur. Het concept adresseert een herkenbaar kennisgat tussen overheidsorganisaties: niet alleen technisch, maar juist rondom juridische, ethische en publieke-waardenkaders. In de App Store zitten bouwstenen met vooraf uitgewerkte toetsingen, beperkingen en gebruiksvoorwaarden. Daarmee wordt compliance geen rem, maar een versneller. Documentatie kan direct landen in een risicoregister of een DPIA-proces, terwijl technische risico’s waar mogelijk al zijn gemitigeerd in de oplossing zelf.

Cruciaal is ook de marktordening die Marc en Guido expliciet nastreven: open source en een level playing field. Toetredingsvoorwaarden moeten voor Big Tech net zo streng zijn als voor een startup, anders wint gemakzucht “even Copilot aanzetten” het altijd van publieke waarde. Datasoevereiniteit wordt daarmee geen bijzin, maar een ontwerpkeuze: Europese dataopslag, transparantie-eisen en duidelijke kaders horen bij de toegang.

Van gemeente tot regio: schaal die meebeweegt

De meerwaarde wordt het duidelijkst als je uitzoomt naar gemeenten en regio’s. Gemeenten zijn decentraal georganiseerd, maar bewegen tegelijk richting collectivisering. Via VNG-samenwerking kan gezamenlijk worden ontwikkeld en ingekocht, waardoor kleine gemeenten worden ontzorgd en grotere gemeenten schaalvoordeel realiseren. De App Store kan precies die flexibiliteit dragen: lokaal een eigen versie draaien waar nodig, en tegelijk collectief beheren waar dat verstandig is. Ownership hoeft niet op één plek te liggen; beheer kan meebewegen met de bestuurlijke realiteit.

Regionaal is het effect minstens zo interessant. Zuid-Holland is al jaren actief in startup-ecosystemen. Via programma’s zijn ongeveer 160–180 startups begeleid, en 35 kregen een vervolgopdracht binnen de overheid. Dat laat zien wat de overheid óók kan zijn: geen investeerder, maar launching customer. Met kleine beheercontracten onder aanbestedingsdrempels en met duidelijke afspraken bouwen startups continuïteit op en kunnen ze doorontwikkelen. Zo ontstaat een netwerk van samenwerkingen tussen overheden onderling én met startups een regionale innovatieketen die publieke opgaven koppelt aan economische ontwikkeling en digitale autonomie.

“Ownership hoeft niet op één plek te liggen; beheer kan meebewegen met de bestuurlijke realiteit.”

Regionaal is het effect minstens zo interessant. Zuid-Holland is al jaren actief in startup-ecosystemen: via programma’s zijn ongeveer 160–180 startups begeleid, en 35 kregen een vervolgopdracht binnen de overheid. Dat laat zien wat de overheid wél kan zijn: geen investeerder, maar launching customer. Met kleine beheercontracten, onder aanbestedingsdrempels en met duidelijke afspraken bouwen startups continuïteit op en kunnen ze door ontwikkelen. Zo ontstaat een netwerk van samenwerkingen tussen overheden onderling én met startups een regionale innovatieketen die publieke opgaven koppelt aan economische ontwikkeling en digitale autonomie.

Richting 2026: het vliegwiel

Aan het einde van het gesprek valt een zin die als een stempel voelt: “Er staat gewoon concreet iets nu.” De route richting 2026 wordt vervolgens niet als droom beschreven, maar als aanpak met twee sporen: formeel aansluiten bij landelijke versnelling (zoals de NDS) en bottom-up laten zien dat het werkt, al is het maar met een paar overheden die echt samen hergebruiken. Met een duidelijke mijlpaal: de ambitie om de hackathonresultaten van de winnaars in de App Store te laten landen, zodat opvolging geen belofte blijft, maar een zichtbaar fundament.

Wat hier uiteindelijk bewoog, is daarmee meer dan twee hackathons. Het begon met scepsis die kwaliteit eiste, kreeg vorm in één uitnodiging “kom erbij”en groeide via begeleiding, bestuurlijke betrokkenheid en een concreet platformidee uit tot een opschalingslijn die kan blijven staan. De hackathon was de vonk; de follow-up werd de brandstof; de App Store is het vliegwiel richting 2026.