24-02-2026
Binnen het programma Digitaal Doordacht werken het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en ECP | Platform voor de Informatiesamenleving actief samen aan een toekomstgerichte overheid waarin burgers en ondernemers centraal staan. Vanuit dit programma brengen we via een reeks veranderverhalen scherp in beeld waar het écht kantelt: waar professionals elkaar vinden, aannames loskomen en keuzes ontstaan die versnelling én borging mogelijk maken. We werken in korte cycli van ophalen, duiden en verbinden, met strategische verankering en stevige governance en met blijvende aandacht voor ethiek, privacy en security. Zo wordt digitalisering geen abstracte belofte, maar een reeks concrete interventies die adoptie en maatschappelijke impact versnellen.
In het veranderverhaal hieronder maken we kennis met Lianne Sleebos, programmamanager van het Netwerk van Lokale Digitale Tweelingen (NLDT) bij het Directoraat-Generaal Ruimtelijke Ordening (DGRO) van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Zij laat zien hoe verandering vaak begint met iets kleins en trefzekers: één visualisatie naast een beleidsstuk, en vooral de ruimte om daarop door te bouwen.
Aan het woord: Lianne Sleebos (Min VRO – DGRO – ZoN – NLDT)
Nederland staat wereldwijd vijfde in de ranglijst van de Geospatial Knowledge Infrastructure Readiness Index (GKI); een sterke uitgangspositie die vooral te danken is aan onze excellente geo basisregistraties zoals de BAG, BGT en BRO. De GKI meet hoe volwassen een land is in het ontwikkelen, beheren en gebruiken van geospatiale kennis voor nationale ontwikkeling. De kernvraag is nu: hoe zetten we die datavoorsprong om in een transitie naar meer gebruik van digitale gebiedsinformatie? In beleid dat niet blijft hangen in tekst, maar tot leven komt in beeld, kaart en data—en in de mensen die die omslag daadwerkelijk realiseren. Lianne: “Die omslag krijgt pas betekenis in de dagelijkse praktijk—bij de mensen die beleid durven vertalen naar beelden die besluiten versnellen.”
Eerder gaf zij leiding aan programma’s en projecten bij de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en zij werkte als programmamanager onder andere aan BIM@Schiphol. Sinds 2023 stuurt ze de digitale gebiedsinformatie-agenda aan: niet met grootse disruptie, maar met kleine, slimme stappen die mensen meenemen. “Innovatie begint waar mensen en hun talenten ruimte krijgen,” zegt ze, “en precies daar, in die ruimte, ontstaat de beweging die Nederland vooruithelpt: lokaal, regionaal, nationaal én Europees”.
Stap voor stap: hoe je met kleine acties het verschil maakt
“Wat wij met het programmateam doen, is niet meteen alles omgooien,” vertelt Sleebos. “Wij beginnen klein. Wij voegen iets toe aan het bestaande: een visualisatie bij een beleidsstuk, een (digitale) kaart met scenario’s voor een ruimtelijk planvormingsoverleg of het bij elkaar brengen van gebiedsinformatie die op verschillende plekken en in verschillende systemen staan. Niet om te laten zien dat het anders móét, maar om te laten voelen wat het toevoegt.”
Ze noemt dit haar manier om twee werelden te verbinden: de wereld van papieren rapporten, memo’s en formele besluitvorming, en die van managementdashboards, 2D-kaarten, 3D-visualisaties en scenario-animaties. In plaats van te botsen met bestaande structuren, beweegt ze erlangs—en erdoorheen. “Je maakt het nieuw zonder het oude te negeren. En dat werkt, want mensen zijn nieuwsgierig. Als iets beter werkt, willen ze mee.”
De kracht zit in de eenvoud: visueel werken is toegankelijker, verbindender, sneller en overtuigender. “We communiceren al generaties via tekst, maar beleid maken is niet alleen schrijven – het is keuzes maken. En beeld helpt daarbij.” Binnen de ruimtelijke ordening wordt hiervoor vaak de term digital twin gebruikt: een virtuele weergave van een fysiek object, een bestaand systeem of proces. Het TNO-rapport Zicht op de digitale Toekomst (september 2025) benadrukt dit. Veertien opkomende technologieën worden daarin langs drie assen beoordeeld: tijd tot grootschalige maatschappelijke adoptie, interesse in de techniek (momentum) en maatschappelijke impact. “Op alle drie assen scoren digitale tweelingen zeer goed, en dat maakt de weg vrij voor een grotere digitale beweging en meer impact van mijn werk.”
Van beelden naar besluiten
In veiligheidsregio’s en gemeenten is die verandering al begonnen. “Daar is beeldtaal de norm,” zegt Sleebos. “Als een groot event zoals een marathon wordt georganiseerd, is er geen behoefte aan een memo. Dan is direct handelen nodig, op basis van kaarten, live dashboards en scenario’s.”
Juist omdat het ritme van handelen daar hoger ligt en praktisch handelen het verschil kan maken, kreeg beeld daar de ruimte. En die ruimte bewijst zich: incidentmanagement en bijvoorbeeld jouw navigatiesysteem. Steeds meer processen draaien op digitale visuele informatie. En dat werkt.
“Maar op landelijk en rijksniveau, waar het vaker over abstract beleid gaat, zie je terughoudendheid. Beeld maakt dingen zichtbaar, soms té zichtbaar. Daar zit spanning, tussen transparantie en politieke gevoeligheid.” Toch is dat volgens Sleebos precies waar de winst te behalen valt. “Want als we ook daar beeld beheerst durven toepassen, maken we beter beleid. Beleid dat mensen begrijpen en digitaal kunnen beleven. En de beeldvorming rond transparantie is niet gegrond, want ook met digitale beelden heb je een keuze tussen gebiedsinformatie voor interne besluitvorming en/of externe publicatie. ”
Energie zoeken in mensen
De verandering die Sleebos aanjaagt is niet technisch, maar menselijk. “Techniek is het middel, nooit het doel,” zegt ze. Daarom kijkt ze bij het samenstellen van haar teams eerst naar mensen. “Ik zoek mensen die energie brengen, die willen bijdragen, en die snappen dat echte vernieuwing begint bij samenwerking. Het liefst in ecosystemen van bedrijven, overheden en kennisinstellingen.”
Ze noemt het “ruimte maken voor initiatief”. “Niet alles vooraf dichttimmeren. Durven bouwen terwijl je onderweg bent en nog geen vastomlijnd eindstation hebt. Durven fouten te maken om ervan te leren en dat mee te nemen in de volgende van stap van het innovatieproces. Dat vraagt vertrouwen. Van mij, maar ook van het systeem om me heen.” Haar rol is dan ook die van verbinder, richtinggever, vertaler en katalysator. “Ik breng mensen en ideeën samen op het juiste moment.”
Innovatie zonder zuurstof bestaat niet
“Tijdens mijn opleiding Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft heb ik geleerd dat innovatie zonder ruimte simpelweg niet werkt,” zegt Sleebos. “En met ruimte bedoel ik: het vertrouwen om iets te mogen proberen, ook als het nog niet af is of zelfs kan mislukken. Met een leercurve als belangrijk meetinstrument.” Ze verwijst naar haar tijd bij de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens: “Daar leerde ik hoe belangrijk zorgvuldigheid is, omdat persoonsgegevens de kern zijn van het werk van de rijksdienst. Maar ik zag ook: je kunt voorzichtig zijn én vernieuwen. Als je het goed timet, door het beantwoorden van risicovragen in te delen in fasen: experimenteren, opschalen en adoptie, borging en beheer.”
Die balans zoeken is haar dagelijks werk. “Soms moet je tempo maken, soms juist wachten. Maar je moet wel voelen waar de energie zit.” Want pas dan ontstaat beweging. “En als anderen het ook gaan voelen, als je twijfelaars meekrijgt, dan gebeurt er iets. Dan komt er lucht. Dan krijg je zuurstof. En dan kan iets echt gaan groeien.”
Van lokaal naar Europees: Nederland als speler op niveau
Wat begon met proeftuinen van digitale tweelingen in een gemeente groeit ondertussen uit tot strategische inzet in Brussel. Sleebos speelt een actieve rol in de European Digital Infrastructure Consortium (EDIC), die gericht is op structurele samenwerking – én opschaling via gezamenlijke investeringen – tussen 15 lidstaten rond digitale infrastructuren.
“Europa wil af van versnipperde pilots die na afloop vooral nationaal worden opgeschaald maar niet Europees, terwijl wij daar juist zoveel behoefte aan hebben door de huidige geopolitieke spanningen,” zegt ze. “Nederland heeft het initiatief genomen om voor 3 jaar een directeur aan te stellen voor de EDIC nLDT die zich richt op digitale tweelingen in de fysieke leefomgeving.” Ruimtelijke Ordening valt in principe onder nationale verantwoordelijkheid en wetgeving. Digitalisering werkt verbindend over grenzen heen en dat vraagt ook andere dingen van Sleebos: samenwerking met de 15 landen en Europese Commissie, interculturele sensitiviteit, Europese kansen verbinden aan nationale doelstellingen en vooral veel flexibiliteit en creativiteit.
“Je moet weten waar iets landt, wie aan zet is, wie bondgenoten zijn, en wanneer het moment daar is om stappen te zetten,” legt ze uit. “Dat is geen spreadsheetwerk, dat is intuïtie. Procesinnovatie op z’n zuiverst.” En dat lukt, mede omdat Nederland zich niet terughoudend opstelt: “We nemen initiatief op een onderwerp waarin wij uitblinken (geo informatie), wij bereiden ons goed voor, we hebben een visie, dienend aan de Europese waarden én we zijn bereid om financieel te investeren. Die combinatie geeft vertrouwen en gezag.”
De kern: geen ander beleid, maar beter beleid
Wat Sleebos drijft, is helder: “Ik wil het bestaande verbeteren. Niet omdat het slecht is, maar omdat het beter kan. Beeldender, actueler, mensgerichter.” Ze gelooft niet in groots denken zonder doen. “Begin klein. Begin ergens. En laat het dan groeien.”
Die filosofie past precies bij hoe Digitaal Doordacht werkt. In dit programma maken we veranderverhalen zichtbaar van mensen die, net als Sleebos, in de praktijk het verschil maken. Niet op afstand, maar in de systemen zelf. Niet alleen via beleid, maar juist ook via praktijk. Omdat daar de energie zit.
“Verandering begint waar mensen en hun talenten ruimte krijgen”
Lianne Sleebos laat zien dat systeemverandering niet altijd van boven hoeft te komen. Soms begint het met één visualisatie naast een beleidsnota. Eén team dat anders werkt. Eén persoon die ruimte krijgt.
Vanuit haar werk in het geo-domein beweegt ze soepel tussen gemeentelijke digitale kaarten en Europese programma’s. Tussen mensen op de werkvloer en strategen in Brussel. Tussen oude structuren en nieuwe ideeën. Die beweging brengt innovatie en concurrentievoordeel voor Nederland en Europa. En wordt mogelijk gemaakt door mensen die dromen durven najagen, hun talenten mogen inzetten en zich willen inzetten om de samenleving een stukje beter te maken. Steun vanuit de hiërarchische lijn en leiderschap bij het rijk, voor de collega’s die de ruimte durven te pakken en het verschil maken, is essentieel.
Of zoals ze het zelf zegt: “De toekomst van digitalisering van de ruimtelijke ordening bouw je samen. Van Wijk tot Rijk. Van Buurt tot Brussel. Van Beeld naar Besluit.”
