Van regisserende naar ontwerpende overheid

28-09-2026

Van AI-experiment naar digitaal opdrachtgeverschap

Veranderverhalen vanuit ECP | Platform voor de Informatiesamenleving

ECP | Platform voor de Informatiesamenleving brengt met een reeks veranderverhalen in beeld hoe professionals binnen de overheid werken aan betekenisvolle digitalisering. In de gesprekken met Marc Minnee en Marco de Bruijn van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) staat centraal waar verandering daadwerkelijk ontstaat: wanneer professionals elkaar vinden, aannames bespreekbaar maken en keuzes maken die bijdragen aan versnelling én duurzame borging. Zo laten de verhalen zien hoe digitalisering door concrete interventies kan bijdragen aan een toekomstgerichte overheid waarin burgers en ondernemers centraal staan, met blijvende aandacht voor ethiek, privacy, security en maatschappelijk vertrouwen. 

Op 24 juni vond in Amare voor de vijfde keer de CIO-dag plaats. Voor een zaal vol CIO’s schetsten Marc Minnee, innovatiemanager voor  het ministerie van BZK, en Marco de Bruijn, beleidsmedewerker AI bij het ministerie van BZK, hun NDS AI-visie op de inzet van generatieve AI-modellen bij de overheid.
Hun verhaal begint bij taalmodellen, maar raakt al snel aan een veel fundamentelere vraag: hoe houdt de overheid zelf regie over haar digitale toekomst? Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie is AI daarom een prioriteit: de overheid wil AI verantwoord inzetten voor maatschappelijke opgaven en betere dienstverlening, succesvolle toepassingen overheidsbreed kunnen opschalen en tegelijk bouwen aan meer digitale autonomie. Tegen die achtergrond zetten Minnee en De Bruijn een opvallend nuchter uitgangspunt neer. Terwijl politiek en bestuur zich buigen over rekenkracht, datacenters en de vraag of Nederland de AI-boot mist, hoeft volgens hen niet automatisch te worden gekozen voor het grootste en krachtigste model. “Je kan ook de volgende boot nemen die misschien niet zo groot is,” zegt Minnee. Niet omdat de overheid genoegen moet nemen met minder impact, maar omdat diezelfde waarde vaak ook met een kleiner, gerichter model kan worden bereikt: niet het grootste model als vertrekpunt, maar het kleinste model dat aantoonbaar volstaat en publieke waarde levert. Daarmee verschuift het gesprek van technologie naar strategie: welke kennis, infrastructuur en ontwerpkeuzes wil de overheid zelf beheersen, en waar wil zij afhankelijk blijven van anderen? 

Begin niet bij het model, maar bij het proces

De visie op AI-taalmodellen waaraan Marc en Marco werken, vertrekt vanuit een eenvoudig principe: niet ieder overheidsproces heeft één groot taalmodel nodig. Een proces kan worden opgeknipt in kleinere onderdelen, waarna per taak kan worden bekeken welk model passend is. Soms kan dat een groter model zijn; voor andere taken kan een kleinere, gespecialiseerde oplossing volstaan. Dat kan minder rekenkracht vragen, goedkoper zijn en ruimte bieden voor open en Europese modellen. 

Om te toetsen of die gedachte in de praktijk standhoudt, bleef het niet bij een visiedocument. In een pilot rond bezwaarschriften wordt onderzocht of een proces in hanteerbare onderdelen kan worden opgeknipt en verschillende modellen verschillende taken kunnen ondersteunen. Daarnaast loopt bij een AI-toepassing rond de Omgevingswet een benchmark met open en Europese modellen, waarbij wordt gekeken naar eventueel kwaliteitsverlies ten opzichte van de grootste commerciële modellen. 

Juist in die stap van visie naar praktijk verandert de vraag. Niet: welk AI-systeem kunnen we inkopen? Maar: hoe willen we dat dit proces werkt, welke onderdelen onderscheiden we en welke technologie is daar werkelijk voor nodig? Zo wordt een technologievraag een ontwerpvraag. 

Van pilot naar hergebruik: sAIdkick en de AI-marktplaats 

De bezwaarschriftenpilot maakt die modulaire manier van denken concreet. Daarna volgt de vraag hoe bruikbare AI-componenten breder vindbaar en herbruikbaar worden. Daar komt programma sAIdkick in beeld, met het concept van een AI-marktplaats: een etalage waarin overheidsorganisaties AI-componenten kunnen vinden, gecombineerd met een appstore-achtig distributiemodel voor gebruik en beheer door marktpartijen. 

Het uitgangspunt is nadrukkelijk niet één centrale oplossing voor iedereen. Meerdere vergelijkbare toepassingen kunnen naast elkaar bestaan, zodat organisaties iets te kiezen hebben. Nieuwe oplossingen kunnen worden toegevoegd en onderdelen kunnen worden vervangen. Daarmee vormt de AI-marktplaats een brug tussen experimenteren en opschalen, zonder dat organisaties direct vastzitten aan één leverancier of één model. 

Van regisserende naar ontwerpende overheid

Daar raakt het verhaal aan de kern van de ontwerpende overheid. De overheid kent haar eigen primaire processen beter dan een leverancier. Toch is bij digitalisering veel ontwerpkennis bij externe partijen terechtgekomen: de overheid formuleert een opdracht en voert regie, terwijl leveranciers een belangrijk deel van de oplossing ontwerpen en realiseren. 

Marc ziet een andere verhouding voor zich. Professionals binnen bijvoorbeeld een CIO Office zouden veel eerder samen met medewerkers uit het primaire proces moeten onderzoeken wat werkelijk nodig is. Met AI kunnen zij scenario’s ontwikkelen en verschillende manieren verkennen om een proces te moderniseren. Pas wanneer het ontwerp aansluit op het primaire proces, komt een leverancier in beeld om het technisch te realiseren. De leverancier verdwijnt dus niet; de samenwerking verandert. De overheid wordt inhoudelijk mede-ontwerper en daarmee ook een sterkere opdrachtgever. 

Ontwerpen vraagt ook ander gedrag

Dat vraagt meer dan technologie. Een CIO Office dat mede-ontwerpt, heeft mensen nodig die technologie kunnen beoordelen én de verbinding met het primaire proces kunnen leggen. Daarmee raakt deze opgave direct aan een andere prioriteit binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie: digitaal vakmanschap. De NDS stelt dat de digitale ambities van de overheid alleen haalbaar zijn als voldoende digitaliseringskennis in huis is en ambtenaren die kennis en vaardigheden blijvend kunnen ontwikkelen; daarbij wordt expliciet ingezet op digitaal leiderschap en AI-geletterdheid. Marc ziet bij nieuwe generaties ambtenaren veel maatschappelijk bewustzijn en de wens om de overheid beter te maken. De uitdaging is om die energie en expertise ook daadwerkelijk ruimte te geven binnen bestaande patronen van risicobeheersing en verantwoording. 

Die verandering stopt bovendien niet bij het CIO Office. Ook inkoop en security spelen een bepalende rol. De gangbare route maakt een grote, bekende leverancier vaak tot de eenvoudigste keuze, terwijl securityprofessionals begrijpelijkerwijs voorzichtig zijn. Dat kan botsen met ambities rond Europese digitale autonomie en het benutten van kleinere of minder bekende leveranciers. 

Hier krijgt modulariteit opnieuw betekenis. Als een compleet proces afhankelijk is van één leverancier, is het risico groot wanneer die partij wegvalt. Bestaat het proces uit kleinere, vervangbare onderdelen, dan kan één component worden vervangen zodra een leverancier verdwijnt of een beter alternatief beschikbaar komt. Modulariteit wordt daarmee niet alleen een technische keuze, maar ook een manier om wendbaarheid, marktdiversiteit en beter opdrachtgeverschap mogelijk te maken. 

Ruimte om te experimenteren

Ook experimenteren hoort bij die beweging. Binnen de overheid klinkt vaak dat niet iedereen opnieuw het wiel moet uitvinden. Marc, in zijn rol als innovatiemanager voor het ministerie van BZK, ziet enige overlap in deze fase niet direct als een probleem. Als twee experimenten onafhankelijk van elkaar laten zien dat een vergelijkbare aanpak werkt, levert dat juist kennis op. En als dezelfde aanpak in verschillende situaties anders uitpakt, is dat eveneens waardevol. 

Opschalen betekent daarom niet dat vanaf het begin alles hetzelfde moet. De route kan ook lopen van experimenteren en vergelijken naar leren, herbruikbaar maken en vervolgens opschalen. De AI-marktplaats sluit daar logisch op aan: niet alle experimenten vooraf centraal organiseren, maar uiteindelijk wel zichtbaar maken wat beschikbaar is en wat werkt. 

Publieke waarden wegen mee

Publieke waarden hebben in dit verhaal een duidelijke, maar afgebakende plek. Marc en Marco maken er in het gesprek geen afzonderlijke veranderopgave van om bijvoorbeeld openbaarheid, transparantie en menselijke regie één-op-één naar digitale toepassingen te vertalen. Marco legt de relatie vooral bij de keuzes die de overheid maakt. Een AI-model wordt niet alleen beoordeeld op prestaties en kosten, maar ook op afhankelijkheden, herkomst, datasets en de leverancier achter de technologie. Ook de ambitie voor Europese digitale autonomie heeft daarmee een culturele en waardencomponent. 

Wat leert de ontwerpende overheid?

Lessons learned 

  • Begin bij het proces, niet bij AI. Breng eerst de opgave en het werkproces scherp in beeld en bepaal daarna waar AI daadwerkelijk waarde toevoegt.  
  • Investeer in eigen ontwerpvermogen. Zorg dat de overheid zelf alternatieven kan beoordelen, keuzes kan maken en leveranciers gericht kan inzetten.  
  • Geef experimenten ruimte vóór standaardisatie. Laat nieuwe toepassingen eerst in de praktijk bewijzen wat werkt, voordat kaders en standaarden worden vastgezet.  
  • Laat randvoorwaarden meebewegen. Als CIO Offices anders gaan werken, maar inkoop, security en risicobeoordeling hetzelfde blijven, blijft de ruimte voor innovatie beperkt. 

Zelf ontwerpen betekent beter kunnen kiezen

Aan het einde van het gesprek komen de verschillende lijnen bij elkaar. Kleinere modellen, modulaire processen, experimenten, Europese leveranciers, andere competenties binnen CIO Offices en een AI-marktplaats lijken losse onderwerpen. Samen wijzen ze echter naar een andere verhouding tussen overheid, technologie en markt. 

“De ontwerpende overheid kan dingen ontwerpen en heeft dan een keuzepalet aan leveranciers die dat ontwerp kunnen invullen.” – Marc 

Daar zit de essentie. De overheid hoeft niet alles zelf te bouwen, maar moet wel voldoende begrijpen om te bepalen wat zij nodig heeft, waarom zij het nodig heeft en welke partij het beste in staat is een onderdeel daarvan te realiseren. Wat tijdens de CIO-dag begon als een verhaal over AI-taalmodellen, eindigt zo bij een veel fundamentelere vraag: wat moet de overheid zelf kunnen om regie te houden over haar digitale toekomst? 



Betrokken Deelnemers