Van systeemwereld naar leefwereld

01-07-2026

Vanuit publieke waarden vormgeven aan digitale transitie

Digitaal Doordacht als vertrekpunt

Binnen het programma Digitaal Doordacht werken het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en ECP | Platform voor de Informatiesamenleving samen aan een toekomstgerichte overheid waarin burgers en ondernemers centraal staan. Met een reeks veranderverhalen maken we zichtbaar waar het écht kantelt: waar professionals elkaar vinden, aannames ter discussie komen en keuzes ontstaan die versnelling én borging mogelijk maken. We werken in korte cycli van ophalen, duiden en verbinden, met strategische verankering en blijvende aandacht voor ethiek, privacy en security. Zo wordt digitalisering geen abstracte belofte, maar een reeks concrete interventies die adoptie, vertrouwen en maatschappelijke impact versnellen.

Peter van Waart: AI als maatschappelijke opgave

In dit veranderverhaal staat Peter van Waart centraal, Human Experience Design Researcher en bij Hogeschool Rotterdam werkzaam als programmamanager Smart & Social City. Zijn verhaal laat zien hoe publieke innovatie ontstaat op het snijvlak van strategie en uitvoering. Niet alleen door te spreken over AI, publieke waarden en maatschappelijke opgaven, maar juist door deze thema’s tastbaar te maken in experimenten, leerwerkgemeenschappen en samenwerkingen tussen overheid, onderwijs en samenleving.Niet de technologie, maar de organisatie verandert Wat Peter van Waart scherp blootlegt, is dat AI inmiddels veel meer is dan een technologische ontwikkeling. Het is een maatschappelijke leer- en organisatieopgave.

“We moeten accepteren dat niets blijft zoals het is,” zegt hij. “De vraag is: hoe willen we dat het verandert?”

Die vraag raakt aan een fundamentele verschuiving binnen de publieke sector. Digitalisering beïnvloedt hoe steden functioneren, hoe publieke diensten worden ingericht, hoe burgers de overheid ervaren en hoe organisaties samenwerken. Technologie is daarmee niet langer alleen ondersteunend, maar ook structurerend voor de samenleving.

De spanning tussen digitale industrie en overheid

Toch begint het vraagstuk volgens Van Waart niet bij technologie zelf, maar bij het verschil tussen de logica van de digitale industrie en de logica van de overheid. Commerciële technologiebedrijven ontwerpen voor specifieke doelgroepen en concurreren op gebruikservaring, snelheid en toegankelijkheid. De overheid heeft iedereen te bedienen. Burgers kunnen immers niet overstappen naar een andere aanbieder voor een paspoort, vergunning of publieke voorziening.

“Bedrijven investeren in user experience omdat concurrentie hen daartoe dwingt,” zegt hij. De overheid opereert vanuit rechtmatigheid, betrouwbaarheid en gelijkwaardigheid. Dat maakt publieke innovatie fundamenteel complexer.

Waar innovatie en publieke verantwoordelijkheid elkaar raken

Daar ontstaat het spanningsveld dat als rode draad door dit veranderverhaal loopt. Innovatie vraagt om snelheid, experiment en beweging. Publieke organisaties zijn juist ingericht op stabiliteit, controle en risicobeheersing. Volgens Van Waart is precies daar nieuwe experimenteerruimte nodig. Binnen transitiedenken worden die ruimtes vaak niches genoemd: tijdelijke omgevingen waarin nieuwe vormen van samenwerking kunnen ontstaan buiten de logica van bestaande systemen. Niet om het systeem af te wijzen, maar om zichtbaar te maken hoe verandering eruit kan zien. Die beweging zie je terug binnen City Deals, labs en publiek-private samenwerkingen. Daar werken overheden, onderwijsinstellingen, onderzoekers, bewoners en maatschappelijke organisaties samen aan complexe maatschappelijke vraagstukken.

“Er zijn genoeg plekken waar gepraat wordt,” zegt Van Waart. “Maar uiteindelijk moet je ook gaan doen. Verandering ontstaat pas wanneer mensen nieuwe situaties daadwerkelijk kunnen ervaren.”

Juist dat experimentele karakter vormt volgens hem de sleutel voor publieke innovatie.

Kleine ingrepen, grote beweging

Een voorbeeld dat hij vaak gebruikt, is stedelijke vergroening. Niet door direct complete infrastructuren te veranderen, maar door kleine tijdelijke interventies zichtbaar te maken. Een plantenbak midden op straat. Een tijdelijke afsluiting. Een andere verkeersroute. Kleine ingrepen met grote impact op gedragsverandering.

“Het experiment maakt de toekomst zichtbaar,” zegt hij. “Mensen ervaren ineens hoe een andere inrichting voelt. Beleidsmakers zien letterlijk wat een verandering doet met gedrag en beleving.”

Diezelfde filosofie wordt inmiddels ook toegepast binnen de digitale samenleving.

Het Social AI Lab Rotterdam als tastbare interventie

In Rotterdam krijgt die manier van werken vorm binnen het Social AI Lab Rotterdam. Het lab bevindt zich bewust niet binnen de muren van een gemeentehuis of onderwijsinstelling, maar midden in de wijk. Die keuze is principieel: nabijheid is een van de belangrijkste uitgangspunten. Maatschappelijke vraagstukken laten zich niet volledig begrijpen vanuit beleid, dashboards of datasets.

“Je moet aanwezig zijn in de context waar mensen leven.”

Vanuit dat principe werkt het Social AI Lab Rotterdam samen met bewonersorganisaties die duizenden inwoners ondersteunen bij toeslagen, vergunningen, schuldenproblematiek en digitale toegankelijkheid. Daar ontstond een nieuwe vraag: kan AI ondersteunen zonder de menselijke maat te verliezen? Niet als vervanging van mensen, maar als hulpmiddel. Bijvoorbeeld door de kennis van ervaren vrijwilligers toegankelijk te maken voor nieuwe vrijwilligers via een AI-toepassing. Daarmee krijgt AI een andere betekenis. Niet als abstract technologisch systeem dat efficiëntie maximaliseert, maar als maatschappelijke infrastructuur die publieke ondersteuning toegankelijker kan maken.

De principes onder de praktijk

Deze manier van werken rust op principes die nauw verbonden zijn met een nieuwe vorm van publieke innovatie. Naast nabijheid speelt wederkerigheid een belangrijke rol. Het lab wil niet alleen kennis ophalen, maar ook direct iets teruggeven aan bewoners en organisaties. Experimenteren moet tastbare maatschappelijke waarde opleveren. Daarnaast is gelijkwaardigheid een essentieel uitgangspunt.

“Er is niemand die beter weet hoe iemand zijn leven leeft dan die bewoner zelf,” zegt Van Waart. “Bewoners zijn geen doelgroep, maar experts van hun eigen werkelijkheid.”

Dat vraagt ook om reflexiviteit van professionals. Onderzoekers, ontwerpers en beleidsmakers moeten zich voortdurend afvragen vanuit welke aannames zij werken, welke perspectieven ontbreken en welke impact ontwerpkeuzes hebben op andere groepen in de samenleving.

En misschien wel het meest fundamentele principe is continuïteit. Maatschappelijke samenwerking stopt niet wanneer een pilot of subsidieperiode eindigt. Vertrouwen ontstaat juist doordat organisaties zichtbaar aanwezig blijven wanneer bewoners opnieuw aankloppen.

Van strategie naar executie

Wat dit veranderverhaal bijzonder maakt, is de combinatie van strategie en executie: van kennisnetwerk en maatschappelijke opgave naar tastbare interventies, zoals het Social AI Lab, en het daadwerkelijk operationaliseren van ethiek in digitale toepassingen. De beweging speelt zich dus niet alleen af op het niveau van kennisnetwerken, beleid en maatschappelijke ambities. Ze vertaalt zich ook naar concrete interventies in de praktijk. Van City Deals naar leerwerkgemeenschappen. Van transitiedenken naar experimenten. Van publieke waarden naar ontwerpkeuzes. Van strategie naar uitvoering.Juist daarin ontstaat volgens Van Waart de echte verandering. Het Social AI Lab laat zien hoe abstracte thema’s als inclusie, gelijkwaardigheid en menselijke waardigheid onderdeel worden van digitale toepassingen en publieke dienstverlening.

Ethiek als onderdeel van innovatie

Daarmee verschuift ook de betekenis van innovatie zelf.

“Innovatie en ethiek zijn geen tegenstelling,” zegt Van Waart. “Hoe innovatief is iets eigenlijk als het niet ethisch is?”

Binnen publieke innovatie groeit het besef dat technologie pas werkelijk vernieuwend is wanneer publieke waarden vanaf het begin onderdeel zijn van ontwerp, besluitvorming en implementatie.

Publieke waarden als bestuurlijk kader

Dat zie je ook terug op bestuurlijk niveau. Europese regelgeving, zoals de AI Act en de Digital Services Act, markeert een bredere beweging waarin publieke waarden opnieuw onderdeel worden van digitale infrastructuren. Tegelijk ontwikkelen gemeenten en provincies eigen waardenkaders waarin menselijke waardigheid, inclusie en transparantie leidende principes worden voor digitale besluitvorming en publieke inkoop. Daarmee verandert ook de manier waarop impact wordt beoordeeld. Niet alleen efficiëntie of schaalbaarheid zijn relevant, maar juist ook maatschappelijke legitimiteit, inclusie en publieke verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd schuurt die beweging. Publieke organisaties zijn historisch ingericht op voorspelbaarheid en beheersbaarheid. Experimenteren betekent automatisch omgaan met onzekerheid en ambiguïteit.

De rol van ondeugend loyale professionals

Juist daarom vraagt deze transitie om een ander type professional. Binnen transitiedenken worden dat soms boundary crossers genoemd: mensen die bewegen tussen overheid, onderwijs, technologie en samenleving. Van Waart noemt ze liever “ondeugend loyale mensen”. Professionals die loyaal zijn aan publieke waarden en maatschappelijke vooruitgang, maar ook begrijpen dat vernieuwing soms eerst zichtbaar moet worden voordat systemen meebewegen.

“Je moet niet alleen praten over verandering,” zegt hij. “Je moet soms ook gewoon iets laten ontstaan en laten zien dat het werkt.” Peter van Waart

De nieuwe lerende samenleving

Die beweging heeft ook gevolgen voor onderwijs. De klassieke manier van opleiden sluit steeds minder aan op de complexe maatschappelijke uitdagingen van nu. Vraagstukken rond AI, klimaat, digitalisering en publieke dienstverlening laten zich niet oplossen vanuit één discipline. Daarom ontstaan leerwerkgemeenschappen waarin studenten, onderzoekers, bewoners, bedrijven en overheden samenwerken aan echte maatschappelijke opgaven. Niet als simulatie, maar midden in de praktijk. De samenleving van morgen vraagt niet alleen om kennis. Ze vraagt om aanpassingen, samenwerking, systeemdenken en vooral om het vermogen technologie steeds te blijven verbinden aan menselijke waarden.

De kern van de transitie

Misschien zit precies daar de kern van deze maatschappelijke transitie. Niet in technologie zelf, maar in de vraag hoe mensen besluiten technologie vorm te geven. De samenleving verandert al. De vraag is niet óf die verandering plaatsvindt. De vraag is of we erin slagen die verandering mensgericht, democratisch en gezamenlijk vorm te geven. Juist in de ruimte tussen experiment en systeem ontstaat vandaag de infrastructuur van die nieuwe samenleving. Systeemverandering begint niet altijd met grootse hervormingen. Soms begint ze met iets kleiners: een pilot, een lab, een gesprek tussen verschillende werelden. Of met een groep mensen die besluit dat publieke waarden óók onderdeel moeten zijn van innovatie.